Family Business Review – Lente – Zomer 2019

Nederlands  |  Français

INTERVIEW

Brexit: een tikkende tijdbom voor ondernemers?

Het brexitverhaal begint op een klucht te gelijken. Maar laten we dat even terzijde om stil te staan bij de gevolgen en eventuele opportuniteiten van een ‘boedelscheiding’. Vier vragen voor Wouter De Geest, de CEO van BASF en de voorzitter van Voka, en Hans Bevers, de hoofdeconoom van Degroof Petercam, in een dubbelinterview.

 Wouter De Geest

“België moet de ambitie aan de dag leggen om uit te groeien tot de draaischijf van de Anglo-Europese handel.”

Tips van Wouter De Geest voor bedrijven/ondernemers:

1. Doe de impact scan die werd ontworpen op vraag van de Brexit High Level Group

2. Bekijk de webpagina van Flanders Investment & Trade, het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, voor nuttige tips & tricks om u voor te bereiden op de brexit

3. Hou zeker ook rekening met wat het Verenigd Koninkrijk zal doen in geval van een harde brexit

Wat zijn de grootste bekommernissen op korte termijn van de Vlaamse/Belgische bedrijven met betrekking tot de brexit?

Wouter De Geest: Op korte termijn gaat het om:
• Invoertarieven na de brexit
In het geval van een harde brexit (geen akkoord over de nieuwe relatie tussen het VK en de EU) moet het handeldrijven opnieuw gebeuren volgens de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Het concreetste gevolg daarvan is de herintroductie van invoertarieven voor Europese goederen die het VK binnenkomen en vice versa. Het VK heeft in de week van 5 maart de nieuwe invoerheffingen per productcategorie gepubliceerd, waarbij 87% van de invoer zou worden vrijgesteld van invoerheffingen. In de overige 13% zitten er echter wel grote variaties waarbij er ook een blootstelling mogelijk is van de Vlaamse economie. In het bijzonder de voedings- en auto-industrie zullen worden onderworpen aan invoerheffingen.
• Logistieke bottlenecks bij de brexit
Bij een brexit dreigen de wachttijden aan de grens op te lopen, wat voor bedrijven die afhankelijk zijn van just-in-time management, een bottleneck kan vormen. Vandaag gebeurt de handel met het VK volgens de zogenaamde ‘vier vrijheden’: vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Aangezien de standaarden van goederen heel vaak op Europees niveau worden vastgelegd, moeten er bijvoorbeeld geen conformiteitscontroles gebeuren aan de grenzen. Controles om de bovenstaande invoertarieven te innen, zijn ook niet nodig. Goederen worden bovendien vaak geleverd door vrachtwagens met Europese truckers die niet zijn onderworpen aan strenge paspoortcontroles. Die vlotte manier van handel drijven kan volledig of deels wegvallen door de brexit.

Om welke bekommernissen gaat het op lange termijn?

WDG: Op lange termijn is de grootste bekommernis regelgevende divergentie. Goederen en diensten zullen moeten voldoen aan twee verschillende normen- en regelstelsels. In het slechtste geval zou dat betekenen dat bedrijven niet langer met één productiefaciliteit zowel de EU als de Britse markt kunnen bedienen. Dat is nu al een beetje het geval in de handel tussen de EU en de Verenigde Staten. Voedingsbedrijven, bijvoorbeeld, kunnen niet altijd hun producten exporteren naar de VS door verschillen in de fytosanitaire eisen. In de automobielindustrie is het ook voor verschillende types voertuigen moeilijk tot onmogelijk om de Amerikaanse markt te bedienen vanuit een Europese productiefaciliteit. Als het VK resoluut kiest voor de ‘Britse regelgeving’ en de Europese aanpak afwijst, dan kan dat scenario zich voltrekken. Het VK schiet zich dan wel in de eigen voet omdat het ook sterk afhankelijk is van de export naar de EU.

Hans Bevers: Het VK is veel meer afhankelijk van de EU als exportmarkt dan omgekeerd. Terwijl 7% van de Europese export is bestemd voor het VK, gaat maar liefst 44% van de Britse export naar de EU. De negatieve impact op de groei is logischerwijze het grootst voor het VK, maar ook de gevolgen voor de EU zijn allesbehalve verwaarloosbaar. Er zijn geen winnaars in het verhaal.

Heeft de brexit op bepaalde sectoren/regio’s een grotere impact dan op andere?

WDG: Op het vlak van potentieel banenverlies zijn de voedings- en textielindustrie het meest blootgesteld. Qua toegevoegde waarde is het de chemische industrie. Op regionaal niveau is het dan weer de haven van Zeebrugge die een meer dan gemiddelde impact zal ondervinden omdat ongeveer 50% van zijn verkeer van en naar het VK gebeurt.

HB: Een analyse van de KU Leuven eind 2017 probeert de macro-economische impact te becijferen en maakt een onderscheid tussen een zachte en een harde brexit. Een zachte brexit wordt hier gedefinieerd als een scenario waarbij de invoertarieven op nul blijven maar waarbij de zogenaamde niet-tarifaire belemmeringen zouden stijgen tot 2,77%, zoals nu het geval is voor Noorwegen. Bij een harde brexit zijn de regels van de Wereldhandelsorganisatie van toepassing (fors hogere invoertarieven), terwijl de niet-tarifaire belemmeringen zouden stijgen tot ruim 8%. Volgens die studie zou een zachte brexit 10.000 Belgische banen kunnen kosten, een harde mogelijk tot wel ruim 40.000 (0,92%). Dat laatste worst-case scenario stemt overeen met een verlies in toegevoegde waarde van maar liefst 2,35%. Voor Vlaanderen zou de impact 2,5% bedragen. Daarmee zou het een van de grootste verliezers zijn. Een harde brexit valt dus te vermijden. Voor een goed begrip: het gaat hier over impactschattingen op lange termijn ten opzichte van een scenario waarbij het VK lid zou blijven van de EU.

Kunt u wat meer vertellen over het soort impact?

WDG: Het VK is een land waar textiel nog altijd heel populair is. Hierdoor is de Britse afzetmarkt zeer belangrijk voor de Vlaamse textielsector. Door het zwakkere pond en nu ook steeds meer door de afnemende groei in het VK dreigt de koopkracht en dus vraag in het VK ook af te kalven. Voeding is daarnaast een sector die sterk is gereguleerd en vaak op een protectionistische manier wordt behandeld. Een harde brexit zou bijgevolg tot heel wat bijkomende barrières leiden, waarbij voedingsproducten bijvoorbeeld opnieuw zullen moeten worden voorzien van fytosanitaire certificaten. Bovendien dreigen bepaalde voedingsproducten opnieuw onder invoerheffingen te vallen. Tot slot is in de chemische industrie de REACH-verordening van groot belang en die zal niet meer van toepassing zijn. Dat kan ook een grote impact hebben op de werking van bedrijven met een supply chain die doorheen de EU loopt, inclusief het VK.

HB: Ook de onrechtstreekse gevolgen (via derde landen) moeten in rekening worden gebracht. Voor België, een kleine open economie, wordt de indirecte impact van de brexit geschat op ongeveer 20% van de totale impact. Uiteraard zijn er grote verschillen per sector. Voor de Belgische staalsector, bijvoorbeeld, zijn de meeste verliezen indirect, terwijl de sector voor motorvoertuigen vooral rechtstreekse gevolgen ondervindt.

Brengt de brexit opportuniteiten mee voor (bepaalde) bedrijven?

WDG: De uitstekende geografische ligging van België biedt ons op handelsvlak een grote opportuniteit. Ons land moet daarom de ambitie aan de dag leggen om uit te groeien tot de draaischijf in de Anglo-Europese handel na de brexit. Een belangrijke spil in het welslagen van dat idee zullen onze zee- en luchthavens zijn alsook alle publieke organen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van grenscontroles. België dient samen met die spelers een uitgekiende strategie uit te werken en vervolgens de havens bij te staan in het opbouwen van de benodigde capaciteit om van België een draaischijf in de Anglo-Europese handel te maken. De ambitie om van België een spil in de Anglo-Europese handel te maken, moet ook actief in de markt worden gepromoot door een vernuftige campagne. Zo moeten Britse bedrijven die toegang tot de Europese eenheidsmarkt willen behouden, worden overtuigd om een vestiging te openen in België. Omgekeerd moeten EU-bedrijven ook worden gestimuleerd om België te kiezen als overslagpunt voor de transit van hun goederen naar het VK.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1