B Corp-certificaten: handelen om te innoveren en innoveren om te handelen

De zogenaamde “Benefit Companies”, of “B Corps” zoals die ondernemingen in het jargon heten, spelen een voortrekkersrol. Omdat ze het kapitalisme heruitvinden en het begrip commercieel succes opnieuw gestalte geven.

Lees meer

Silvia Steisel

Head of Philantropy

Voor maatschappelijk geëngageerde bedrijven is een B Corp-certificaat behalen zowat de queeste naar de heilige graal. En inderdaad, het certificaat behalen is een aartsmoeilijke klus omdat het bedrijf aan de strengste eisen op het vlak van maatschappelijke verantwoordelijkheid moet voldoen. Het gegeerde label bestaat al sinds 2006 en is er gekomen onder impuls van een hele schare bedrijfsleiders die beseften dat zij voor het milieu en de maatschappij een rol van betekenis konden spelen. Hun credo? De bedrijfswereld kan de markt veranderen en de markt kan de wereld veranderen. Hun overtuiging? Voordat we een generatie verder zijn, zullen bedrijven moeten kunnen bewijzen dat ze nog veel meer te bieden hebben dan alleen winst.

Wie zijn ze?

Elke organisatie die een handelsactiviteit uitoefent, kan overwegen om een certificaat aan te vragen. Heel uiteenlopende bedrijfsmodellen komen in aanmerking: het kan gaan om een onderneming die in hoofdzaak sociale diensten of producten aanbiedt, vergelijkbaar met Inclusio, een Belgisch fonds voor sociale huisvesting.

Of om ondernemingen waarvan het bedrijfsmodel puur is gericht op het algemeen welzijn, en die daaraan principieel een deel van hun winst spenderen. Voorbeelden daarvan zijn het Franse merk Nature & Découvertes, het outdoormerk Patagonia en de roomijsketen Ben & Jerry’s. Nog andere kiezen voor een financiële activiteit die voldoende opbrengt om hun engagement waar te kunnen maken. Denk maar aan de Duitse alternatieve zoekrobot “Ecosia” die de aanplanting van nieuwe bossen financiert. Ook de onderneming Streetwize van de Belg Arnoud Rasquin, waarvan de inkomsten een mobiel onderwijsproject in de voorsteden mogelijk maken, hoort in dat rijtje thuis.

Meestal zijn het kmo’s die trots de B Corp-wimpel voeren, maar almaar meer springen ook grote bedrijven mee op de kar. Denk maar aan Natura, het grootste cosmeticabedrijf van Brazilië, en het Amerikaanse crowdfundingplatform Kickstarter.

Hoe krijg je het B Corp-label?

Een onafhankelijk comité van experts houdt de onderneming tegen het licht. Daarbij kijken ze naar aspecten zoals transparantie, deugdelijk bestuur, relaties met stakeholders, verloningsbeleid en welzijn van de medewerkers. Ook hoe duurzaam het bedrijf is, hoe het presteert en wat de positieve effecten ervan zijn voor de maatschappij, wordt onder de loep genomen. Met behulp van een uitgekiend systeem dat aan elke sector en elke markt een weging toekent, komen de experts tot een score op 100 die beslist of het bedrijf in aanmerking komt. Als dat het geval is, dan moet nog aan een bijkomende vereiste worden voldaan: het betrokken bedrijf moet zijn maatschappelijke doelstellingen formeel verankeren in beleidsdocumenten en statuten. Pas daarna kan het label worden toegekend. En blijft het geldig voor een periode van twee jaar.

Meer dan zomaar het zoveelste label …

Een bevraging bij de betrokken ondernemingen leert dat het label diverse voordelen biedt. Ten eerste kan het bedrijf dankzij de certificering zwart op wit zijn engagement aantonen. En kan het dus ook niet worden beticht van zogenaamde “green washing” of “social washing”, marktpraktijken waarbij bedrijven zich een schijnengagement aanmeten om er commercieel voordeel uit te halen of om hun blazoen op te poetsen.

Een tweede voordeel is dat de betrokken ondernemingen de consument de mogelijkheid bieden om “consum’actor” te worden. Hoe? Doordat ze de markt in omvang doen toenemen, stimuleren ze een nieuw soort economie waarin solidariteit een veel belangrijkere plaats inneemt. In termen van klantenbinding is dat een sterk argument waarmee jongere generaties over de streep kunnen worden gehaald. Een derde pluspunt waar de betrokken ondernemingen op wijzen, zijn sociale voordelen en, afhankelijk van de regio waar het bedrijf is gevestigd, wettelijke bescherming. Het vierde voordeel, ten slotte, is op lange termijn waarschijnlijk het belangrijkst. Dankzij het label stijgt de aantrekkingskracht van het bedrijf als werkgever aanzienlijk. Talentvolle jongeren gaan nu eenmaal liever bij een onderneming aan de slag die er een
duidelijk maatschappelijk engagement op nahoudt.

B Corp is dus niet zomaar het zoveelste label dat aan de lijst van keurmerken en waarborgen voor de consument wordt toegevoegd. Het B Corplabel weerspiegelt namelijk een visie die even vitaal is als de bedrijfswereld zelf: durf te handelen om te innoveren, en durf te innoveren om te handelen.

In België is het fonds Inclusio, dat onder impuls van Degroof Petercam, Re-Vive en Kois Invest tot stand kwam, een van de vier Belgische ondernemingen met een B Corp-label.

Zoom: ontmoeting met Nicolas Bearelle, de CEO van Re-vive, Belgische vastgoedpromotor met B Corp-label

 

Wat betekent “B Corp” voor u?

N.B. : Het B Corp-gedachtegoed zit verweven in het DNA van een onderneming. Als dat niet zo is, is een B Corp-benadering onmogelijk, volgens mij. Al ontken ik niet dat er ook in traditionelere bedrijven oprechte duurzame initiatieven worden genomen. Naar mijn gevoel overheerst in een B Corp-onderneming de wil om de zaken anders aan te pakken, om buiten de afgebakende lijnen van de sector te kleuren en om het ondernemerschap resoluut op een andere manier aan te pakken.

Wat is de maatschappelijke opdracht van Re-Vive? Hoe vertaalt zich dat binnen de onderneming?

N.B. : “We build society, not real estate”: ons motto vat onze opdracht mooi samen. Hoe bouwprojecten eruit zullen zien, beslissen we niet aan de tekentafel maar in overleg met de buren en de lokale bevolking. We zijn daarin heel open. Tijdens de ontwerpfase stellen we de ongebruikte terreinen, bijvoorbeeld, ter beschikking van de buurtbewoners. Zij kunnen ze tijdelijk gebruiken voor activiteiten die voor hen zinvol zijn, bijvoorbeeld als speel- of sportterrein, om er volkstuintjes aan te leggen, of als locatie voor co-workingprojecten of culturele evenementen. Voor ons is dat ook een manier om meer voeling te krijgen met de wijk, en om de bewoners bij de ontwikkeling van ons project te betrekken. Onze realisaties moeten uitmonden in een sociaal weefsel, daarvoor zetten wij ons elke dag in.

Waarom hebben jullie dat label aangevraagd?

N.B. : We zochten in alle transparantie naar erkenning voor ons werk. Voor zover ik weet is B-Corp het enige label dat met alle duurzame aspecten van onze onderneming rekening houdt. Aan de toekenning ervan gaat een doorgedreven analyse vooraf: energie, werkomstandigheden, kwaliteit van de leveranciers, lokaal engagement, financiële transparantie, mobiliteit, noem maar op. Alle duurzame aspecten passeren de revue. Naast de erkenning die je zult krijgen als je het label hebt bemachtigd, dwingt de indiening van het aanvraagdossier je er ook toe om jezelf in vraag te stellen en te innoveren. Wie bij ons werkt, weet bijgevolg dat we doen wat we beloven. En uiteindelijk is het toch ook heel motiverend om deel uit te maken van de internationale B Corp-gemeenschap.

Kortom, to B or not to B ?

N.B. : Met B-label (zonder aarzelen)! Je staat veel sterker in een netwerk dan alleen. Het label is voor Re-Vive een toevoegde waarde. Het zet ons ertoe aan om voortdurend ons business model te verfijnen en te innoveren. Overigens ben ik ervan overtuigd dat de B Corp-gemeenschap zal aangroeien. En met hoe meer we zijn, hoe meer gewicht het B-label zal krijgen. Daar werken wij graag aan mee!

 

Foto: Nicolas Bearelle, de CEO van Re-vive, Belgische vastgoedpromotor met B Corp-label
Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1