Centrale banken
in de schijnwerpers

Zo’n tien jaar na het begin van de financiële crisis laat de wereldeconomie een synchroon herstel optekenen. De groei trekt aan en de werkloosheid daalt. Het is natuurlijk wel zo dat het geldbeleid nog altijd ongekend soepel is. Toch vertaalde zich dat de afgelopen jaren nauwelijks in oplopende inflatiecijfers.

Lees meer

Hans Bevers

Chief Economist

De grote uitdaging voor de volgende jaren bestaat erin om de monetaire steunwieltjes geleidelijk te verwijderen zonder de economische groei al te veel voor het hoofd te stoten en tegelijk de financiële stabiliteit te bewaken. We overlopen hieronder kort de plannen van de belangrijkste centrale banken.

Bron : US Federal Reserve, Bank of Japan, ECB

Verenigde Staten

De recentste cijfers en het vertrouwen bij bedrijven en gezinnen suggereren dat de economische activiteit in de VS al bij al op peil blijft. Tegen de achtergrond van een stijgend reëel beschikbaar inkomen, lage grondstoffenprijzen, stijgende huizenprijzen en een solide arbeidsmarkt zou de consumptiegroei zich moeten kunnen doorzetten. Intussen zijn er ook voorzichtige tekenen dat de investeringen aantrekken.

Tegelijk blijft de onderliggende inflatie matig en de loongroei bescheiden. De Fed is dus in principe niet al te gehaast om haar monetaire beleid te verstrakken. Een geleidelijke verstrakking van het monetaire beleid kondigt zich aan. Zoals de kaarten nu liggen, is het plausibel dat de Fed, na haar communicatie over de afbouw van de balans, de rente binnen dit en een jaar nog een tweetal keer zal verhogen tot 1,5 à 1,75%.

De ambtstermijn van Janet Yellen, de huidige Fed-gouverneur, zit er binnen minder dan een halfjaar op. Er wordt nu al druk gespeculeerd over wie haar zal opvolgen. Maar er zijn voorlopig onvoldoende aanwijzingen om te denken dat het geldbeleid veel zal worden gewijzigd.

 

“Algemeen beschouwd blijft de inflatie voorlopig zwakker dan wat het economisch herstel zou doen vermoeden.”

Eurozone

De Europese conjunctuur doet het prima en maakte de voorbije twee jaar een forse inhaalbeweging. Alle sectoren delen in dat herstel. De werkloosheid daalt zowat in de hele muntunie maar blijft met 9,1% nog altijd duidelijk boven het pre-crisisniveau van 7,3%.

Bovendien zijn er nog vele ontmoedigden die de arbeidsmarkt de afgelopen jaren hebben verlaten alsook parttime werkenden die liever fulltime actief zouden willen zijn. De economische activiteit voor de regio als geheel blijft ook nog duidelijk onder haar potentiële niveau en er zijn nog vrij grote verschillen tussen de landen. Een en ander vertaalt zich nog altijd in zeer bescheiden loon- en inflatiecijfers. Een strakker monetair beleid is dus niet onmiddellijk aan de orde.

Bovendien zal de ECB niet opnieuw de fout willen maken om vroegtijdig de monetaire teugels aan te halen. Verder wordt het hoe langer hoe minder noodzakelijk om elke maand ter waarde van 60 miljard euro overheids- en bedrijfsobligaties te blijven aankopen. Daarom zal de ECB waarschijnlijk niet meer al te lang wachten om te verduidelijken op welke manier ze haar maandelijkse geldinjectie in 2018 geleidelijk zal terugschroeven.

Voor een effectieve renteverhoging is het nog te vroeg. Die zal er allicht maar in 2019 komen. Hoe dan ook moet de weg der geleidelijkheid worden bewandeld. Immers, een verder aansterkende euro maakt de 2%-inflatiedoelstelling alleen maar moeilijker haalbaar voor de ECB.

Azië

De Japanse economie zette het voorbije halfjaar een stevige groei neer. De werkloosheid bevindt zich met 2,8% op het laagste niveau in meer dan twintig jaar en het aantal beschikbare vacatures is historisch hoog. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt blijft opwaartse loondruk voorlopig zo goed als afwezig en de inflatie fors onder de doelstelling van de Japanse centrale bank. Die zal dan ook de rente voor onbepaalde tijd op 0% houden en tot nader order doorgaan met het opkopen van rentedragend papier.

Westerbuur China zag de economie het voorbije anderhalf jaar opnieuw in rustiger vaarwater terechtkomen. Dat ging evenwel gepaard met een forse en niet duurzame kredietgroei. Tegen die achtergrond verstrakte de Chinese centrale bank een klein jaar geleden haar monetaire politiek. Het verzoenen van de structurele maatregelen om de Chinese economie op een duurzame leest te schoeien en tegelijk de hoge groeidoelstelling van 6,5% te handhaven, wordt hoe langer hoe moeilijker. In oktober vindt in China het 19de vijfjarige nationale partijcongres plaats. Het is uitkijken naar de visie die daar wordt uitgerold. Het risico dat de Chinese economie in de volgende jaren een forsere groeivertraging tegemoet gaat, blijft overeind.

Besluit

Vanuit cyclisch oogpunt doet de wereldeconomie het vandaag vrij aardig. Algemeen beschouwd blijft de inflatie voorlopig zwakker dan wat het economisch herstel zou doen vermoeden. Hoewel er geen haast bij is, staan centrale banken de volgende jaren voor de opdracht om het ongekend soepel monetaire beleid terug te schroeven. Op die manier zouden centrale banken weer over monetaire manoeuvreerruimte beschikken op het moment dat het economisch opnieuw zou tegenzitten. Er ligt geen definitief routeplan op tafel.

Het enige dat we vandaag min of meer met zekerheid kunnen zeggen, is dat monetaire beleidsmakers duidelijk en op voorhand zullen communiceren, dat ze geleidelijk te werk zullen gaan, dat ze alle opties zullen openlaten en dat het niveau van de centrale bankbalansen vrij hoog zal blijven.

Er wacht hen allicht ook een belangrijke taak om de psychologie van de markten enigszins in toom te houden, zowel neerwaarts als opwaarts. Dat is niet meteen ‘een wandeling in het park’. Maar niemand heeft gezegd dat het gemakkelijk zou zijn.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1