Europese economie:
een verhaal van 500 jaar

De Europese economie ondergaat een gedaantewisseling. Waar ze vroeger nog een prominente rol speelde, komt ze nu onder druk door de mondialisering, die ze noch gewild noch uitgelokt heeft. Soms lijkt het er zelfs op dat die internationalisering zich uitbreidt ten koste van de Europese economie. Alsof de verspreiding van het Angelsaksische model de naoorlogse economische heropleving verstikt zou hebben.

Lees meer

Bruno Colmant

Head of Macroeconomic Research and Economic Advisor

Wil dit zeggen dat het Angelsaksische model performanter is? Weerspiegelt het de natuurlijke gang van zaken in de economie? Of beantwoordt het gewoon veel beter aan onze wensen? Dat is moeilijk te zeggen. Voor sommige economen is het naoorlogse Europese groeimodel namelijk een fabeltje, dat louter mogelijk was dankzij een gunstige conjunctuur. Volgens andere theoretici moeten we het Europese referentiekader wel degelijk als een apart model beschouwen dat tegenover het Angelsaksische kan worden geplaatst.

Religieus schisma

Begrijpen hoe beide modellen tot stand gekomen zijn, is hoe dan ook noodzakelijk. Maar hoe begin je daaraan? Wie dat wil onderzoeken, komt bijna onvermijdelijk uit bij de diepe kloof tussen de katholieken en protestanten die in de zestiende eeuw ontstond. Het lijkt er inderdaad op dat dit religieus schisma heeft geleid tot verschillen in gedrag. Die bleven lang onopgemerkt, maar komen nu door de mondialisering tegenover elkaar te staan. Het openstellen van de grenzen zorgde ervoor dat de sociologische verschillen aan de oppervlakte kwamen. Om de draagwijdte van de huidige veranderingen te begrijpen, moet men dus het religieus schisma onder de loep nemen. Want precies door dat schisma gingen handelaars uit de katholieke bastions op zoek naar een veilig onderkomen in Nederland, Engeland, Duitsland en Zwitserland.

Europese breuk

De theologische breuk dateert al van 1500. In 1517 publiceerde Luther zijn 95 stellingen, exact 500 jaar geleden. Op dat ogenblik was Amerika, een veelbelovend continent op economisch vlak, nog maar pas ontdekt. Door zich te verzetten tegen de pauselijke pretentie en het systeem van aflaten, verspreidden het dissidente geloof en de Reformatie zich als een lopend vuurtje doorheen Europa. In diezelfde periode werd in Spanje Ignatius van Loyola geboren, de stichter van de jezuïetenorde. Later zou koning Hendrik VIII de afscheuring van Rome voorgoed bezegelen. Die mannen, met macht en invloed, lagen aan de basis van de breuk in de Europese economie.

Protestanten tegen katholieken

De protestanten verzetten zich tegen economisch immobilisme, een instrument dat de Kerk gebruikte om haar dominantie veilig te stellen. Als reactie daarop beschuldigde de katholieke clerus tijdens het Concilie van Trente in Tirol (1545-1563) al wie de verwezenlijkingen van de mens aan natuurwetten toedichtte, van ketterij. De Kerk herbevestigde haar pastorale opdracht en haar religieuze toewijding. Ze reageerde op de Reformatie met de Contrareformatie, en predikte godsvrucht en waarachtigheid van het geloof. Het vertrouwen in de mens beschouwde ze als hoogmoed. Handel zag ze slechts als een goddelijk instrument. Protestanten daarentegen beschouwden werk als een bewijs van ascetisme en moedigden de zoektocht naar winst aan om de menselijke lotsbestemming niet te dwarsbomen.

Max Weber, de visionair

Hoe dan ook, de godsdienstoorlogen dateren uit een heel ver verleden. Mogen we werkelijk een 500 jaar oud religieus schisma in verband brengen met een Angelsaksisch model uit de 21ste eeuw? Dat is exact wat de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) deed in zijn werk uit 1905 over de protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Het verband is weliswaar broos: de protestanten gaan ervan uit dat het flexibel beoordelingsvermogen van de mens een bron van persoonlijke vrijheid is, en dus een basis van vertrouwen voor commerciële acties.

Ook al is de stelling een eeuw oud en kreeg ze veel tegenkanting, toch blijft het een interessante denkpiste. In de religieuze stromingen is de tegenstelling tussen individuele oplossingen (protestanten) en een collectieve benadering (katholieken) inderdaad duidelijk merkbaar. Dat verschil vinden we ook in de handel terug: in gereformeerde samenlevingen (Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten) is handel drijven een transactieproces dat tot stand komt op basis van vertrouwen in de toekomst. Katholieke samenlevingen (Frankrijk, Spanje en Italië) zijn echter gedetermineerd door en gebaseerd op de voorzienigheid.

Grote kloof

Dat brengt ons terug bij het verschil tussen de traditionele Europese samenleving die wantrouwig staat tegenover privéinitiatief, en de Angelsaksische samenleving waar dat soort initiatieven net veel vertrouwen krijgt. Overigens verklaart dat verschil ook waarom Angelsaksische landen niet geloven in te veel controle (dominante aandeelhouders, commerciële monopolies, enz.).

Geometrisch voorgesteld, kan men de economieën van gereformeerde landen afbeelden aan de hand van een golvende lijn, terwijl voor de katholieke samenleving een rechte lijn meer voor de hand ligt. En inderdaad, de protestantse handel omarmt de schommelingen van de conjunctuur, terwijl de katholieke handel heel rechtlijnig blijft vasthouden aan conventies.

Als referentie liegen de indices er niet om: de drie belangrijkste beurzen uit het Westen (New York, Londen en Frankfurt), die toch bij uitstek plaatsen zijn waar handel een grillige wending kan nemen, bevinden zich in gereformeerde landen. Ook de verzekeringen, die de basis zijn voor risicospreiding, zijn in de maritieme, gereformeerde landen ontstaan. Daarnaast is ook de rechtspraak heel apart in de Angelsaksische landen: de jurisprudentie past er zich aan aan de commerciële context van het moment. Dezelfde redenering geldt trouwens voor andere disciplines die in het verlengde liggen van de handel: corporate governance, boekhouding, fiscaliteit, enz.

Men kan de geloofsverschillen zelfs waarnemen in de houding ten opzichte van de euro. De schokken die barstjes teweegbrachten in de euro zijn misschien wel een uitloper van het religieus schisma dat ten tijde van de Reformatie in de zestiende eeuw voor verdeeldheid zorgde in Europa. De houding van Duitsland en Frankrijk met betrekking tot geldcreatie is in dat verband erg veelzeggend. Duitsland eist een sterke munt. Die eis weerspiegelt de (ongetwijfeld gerechtvaardigde) angst dat de in euro omgezette Duitse mark opeenvolgde devaluaties zou moeten slikken. Bovendien menen de Duitsers dat een openbare schuld met kapitaal van private spaarders moet worden gefinancierd. Voorwaarde is wel dat de spaarders hoe dan ook hun koopkracht behouden. Terwijl voorbestemming fundamenteel is in gereformeerde godsdiensten, vormt boetedoening de essentie van het katholicisme. Maar voorbestemming veronderstelt een bewijs in de toekomst. Wie werkt en spaargelden rendabel belegt, bewijst dat hij de toekomst die God voor hem heeft voorbestemd, ook daadwerkelijk verdient. En om dat te doen, is een stabiele munt nodig. In het katholicisme daarentegen heeft geld ten opzichte van spirituele waarden altijd een ondergeschikte rol gespeeld, waardoor een devaluatie aanvaardbaar is. Dat verklaart waarom de Duitse munt dankzij arbeid in waarde toenam, terwijl de munten van het katholieke zuiden door diezelfde arbeid in waarde afnamen. Sociale machtsverhoudingen bepaalden de mate waarin dat gebeurde.

Uiteraard volgen fenomenen niet altijd een inherente logica die verdere evoluties onafwendbaar maakt. Bovendien hebben onze samenlevingen geleidelijk aan een laïciseringsproces doorgemaakt. Sommigen zullen trouwens het standpunt verdedigen dat veeleer het (nationale en/of collectieve) dogma de economie beknot. En dat is ongetwijfeld ook correct.

Twee visies, één land

Maar een intussen achterhaalde vaststelling dringt zich op: religieuze ontvoogding en economische bloei gingen de voorbije eeuwen hand in hand. Aangezien België het scharnierpunt vormt tussen het katholieke Zuiden en de protestanten in het Oosten en het Noorden, kreeg die vaststelling in ons land een aparte dimensie. Dat verklaart misschien ook waarom het politieke debat in België steevast om een evenwicht tussen de beide visies draait: aan de ene kant de staat die vertrouwen heeft in privéinitiatief (protestantse visie) en aan de andere kant de burgers die erop vertrouwen dat de staat voor de herverdeling van de rijkdom zal zorgen (katholieke visie). De gemene deler van beide modellen vormt zo allicht de grondslag van ons economische model, waarvan herverdeling en sociale mix de belangrijkste pijlers zijn.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1