Wat is de impact van het regeerakkoord op uw vermogen?

In de loop van de afgelopen zomer heeft de regering een akkoord bereikt over een aantal fiscale maatregelen. Vandaag is dat regeerakkoord nog niet gestemd door het Parlement. Veel van die maatregelen moeten nog verder in detail worden uitgewerkt. Vandaar dat wat volgt onder voorbehoud van bevestiging wordt geschreven. Niettemin leek het ons interessant u een globaal overzicht te bezorgen van de maatregelen die een impact zouden hebben op de spaar- en beleggingsfiscaliteit (punten 1 tot en met 6 hierna). Enkele aspecten van de hervorming van de vennootschapsbelasting komen ook aan bod (punt 7 hierna).

Lees meer

Vincent Hovine

Senior Consultant Estate Planning

1. Roerende voorheffing op dividenden

Dividenden die u ontvangt op uw aandelen, blijven onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%. De eerste schijf van dividenden ten bedrage van 627 euro zullen worden vrijgesteld van roerende voorheffing. Die vrijstelling zou u kunnen verkrijgen via uw belastingaangifte.

2. Herziening van de vrijstelling inzake interesten op gereglementeerde spaarboekjes

Vandaag betaalt u geen roerende voorheffing op de eerste 1.880 euro interesten die u jaarlijks ontvangt op uw spaarrekening. Boven dat bedrag zijn de interesten onderworpen aan 15% roerende voorheffing.
Vanaf 2018 zou de vrijgestelde drempel gehalveerd worden en zou die nog slechts 940 euro bedragen.

3. Heffing op het sparen van toepassing op bepaalde collectieve beleggingsfondsen

Als u belegt in bepaalde fondsen voor collectieve belegging (beveks, GBF e.d.) die voor meer dan 25% beleggen in schuldvorderingen (bv. obligaties), dan wordt het deel van de opbrengst die voortkomt uit schuldvorderingen (de zogenaamde TIS of Taxable Income per Share) die u als belegger verkrijgt bij inkoop of verhandeling van rechten van deelneming, onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%. In het kader van het regeerakkoord wordt een verdere uitbreiding van die heffing op sparen in het vooruitzicht gesteld. De drempel van 25% zou worden verlaagd tot 10%.

Geplande inwerkingtreding: de verlaging van het percentage naar 10% zal van toepassing zijn op de inkomsten betaald of toegekend voor vanaf 1 januari 2018 verworven rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging.

4. Beurstaks

De beurstaks van 0,09%, onder meer van toepassing op obligaties, zou worden verhoogd naar 0,12%, terwijl de beurstaks van 0,27%, onder meer van toepassing op aandelen, opgetrokken zou worden naar 0,35%.

5. Abonnementstaks op effectenrekeningen

U zult als natuurlijke persoon (als inwoner of als niet-inwoner van België) voortaan op uw Belgische en/of buitenlandse effectenrekeningen een jaarlijkse heffing van 0,15% verschuldigd zijn, althans indien het jaarlijks gemiddeld uitstaand bedrag van die rekeningen minstens 500.000 euro bedraagt. Die grens van 500.000 euro wordt berekend per belastingplichtige: een gehuwd of samenwonend koppel zou dan samen 999.998 euro op een effectenrekening kunnen bezitten zonder dat de abonnementstaks van toepassing is.

Daarentegen, van zodra de drempel van 500.000 euro wordt overschreden, zou de abonnementstaks van toepassing zijn voor de totaliteit.
De heffing zou alle rekeningen viseren waarop aandelen, obligaties en fondsen voorkomen, met uitzondering van pensioenspaarrekeningen en levensverzekeringen. Liquiditeiten zouden niet in acht worden genomen voor de berekening van de heffingsgrondslag van de abonnementstaks.

Enkel natuurlijke personen zouden geviseerd zijn door die taks. Rechtspersonen (bv. vennootschappen) zouden expliciet uitgesloten zijn van de taks.

6. Pensioensparen

Het huidige plafond voor pensioensparen bedraagt 940 euro en de daarmee gepaard gaande belastingvermindering 30%. Ten gevolge van het regeerakkoord zou u eveneens kunnen opteren voor een verhoogd plafond van 1.200 euro, maar daartegenover staat wel dat het tarief van de belastingvermindering zou dalen van 30% naar 25%.

“U zult als natuurlijke persoon (als inwoner of als niet-inwoner van België) voortaan op uw Belgische en/of buitenlandse effectenrekeningen een jaarlijkse heffing van 0,15% verschuldigd zijn, althans indien het jaarlijks gemiddeld uitstaand bedrag van die rekeningen minstens 500.000 euro bedraagt.”

7. Hervorming van de vennootschapsbelasting

De regering heeft een hervorming van de vennootschapsbelasting aangekondigd. Het huidige tarief van de vennootschapsbelasting (33,99%) ligt immers aanzienlijk hoger dan in de meeste van onze buurlanden. Om de verlaging van het tarief te financieren, dienen er echter een hele reeks fiscale aftrekposten te worden afgeschaft. Tevens zullen er antimisbruikbepalingen en bepalingen opgelegd door een Europese richtlijn worden ingevoerd. Op 26 juli van dit jaar heeft de regering een akkoord bereikt over deze hervorming.

Deze hervorming is erg omvangrijk, technisch en complex. Wij zetten hieronder de krachtlijnen van de aangekondigde maatregelen op een rijtje. De wet zal volgens de verwachtingen op het einde van het jaar worden gestemd. Mogelijkerwijs zullen de bepalingen intussen nog enige wijzigingen ondergaan.

a) Tarief van de vennootschapsbelasting
Het huidige tarief van de vennoot­­schaps­­­belasting bedraagt 33%, verhoogd met de aanvullende crisisbijdrage van 3% komt dat neer op een tarief van 33,99%. Het tarief zal door de hervorming gefaseerd worden teruggebracht:
In 2018 zal het nominale tarief dalen naar 29%, verhoogd met de aanvullende crisisbijdrage van 2%. Het effectieve tarief zal dan 29,58% bedragen.
In 2020 zal het nominale tarief dalen naar 25%, tevens zal dan de aanvullende crisisbijdrage worden opgeheven.
Voor kmo’s zal het tarief vanaf 2018 worden verlaagd tot 20% (plus aanvullende crisisbijdrage) op de eerste schijf van 100.000 euro (mits naleving van voorwaarden, zo onder meer het naleven van een minimumbezoldiging van 45.000 euro toegekend aan de bedrijfsleider).

b) De voornaamste maatregelen die in werking treden vanaf 2018
 Dividenden: Dividenden die genieten van het DBI-regime zijn momenteel vrijgesteld ten belope van 95% van hun bedrag. Vanaf 1 januari 2018, zou dit 100% bedragen.
Meerwaarden op aandelen: de gerealiseerde meerwaarde op aandelen door vennootschappen zal worden vrijgesteld op voorwaarde dat ze voldoet aan de voorwaarden van toepassing om de DBI-aftrek te kunnen genieten, met name
1. een participatie van 10% of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2,5 miljoen euro;
2. de aandelen worden gedurende een ononderbroken periode van minstens 1 jaar in volle eigendom aangehouden;
3. normaal belastingregime in hoofde van de verkochte vennootschap.
Indien niet aan de voorwaarden is voldaan, zal de meerwaarde worden belast aan het tarief vennootschapsbelasting. Het actuele tarief van 0,412% voor grote ondernemingen wordt opgeheven. Enkele uitzonderingen zullen nog worden voorzien, maar we zullen moeten wachten op de definitieve wettekst om de details te kennen.
Vermindering van de notionele interestaftrek: de aftrek blijft behouden maar zal vanaf nu slechts worden toegepast op het bijkomende kapitaal van de vennootschap. Hiervoor wordt het gemiddelde van het eigen vermogen van het betrokken jaar samen met de vier voorgaande vergeleken met het gemiddelde van de vijf jaren voorafgaand aan het betrokken jaar, en wordt de aangroei berekend. Deze wijziging en de huidige lage interestvoeten zullen ervoor zorgen dat de notionele intrestaftrek snel verwaarloosbaar zal zijn.
 Vermindering van de notionele interestaftrek: de aftrek blijft behouden maar zal vanaf nu slechts worden toegepast op het bijkomende kapitaal van de vennootschap. De heffingsgrondslag voor de berekening van de de notionele interestaftrek zal overeenkomen met 1/5 van het positieve verschil tussen enerzijds het gecorrigeerd eigen vermogen op het einde van het belastbaar tijdperk en anderszijds het gecorrigeerd eigen vermogen van 5 jaar voordien. Deze wijziging en de huidige lage interestvoeten zullen ervoor zorgen dat de notionele intrestaftrek snel verwaarloosbaar zal zijn.
Minimale belastbare basis: deze term wordt in de pers oneigenlijk gebruikt. De regering wenst eigenlijk het voordeel van bepaalde aftrekken te beperken (DBI-aftrek, notionele interestaftrek, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, vorige verliezen, enz.) tot een bedrag van 1 miljoen euro vermeerderd met 70% van het surplus van de belastbare winst. Dat wil zeggen dat indien de winst meer bedraagt dan 1 miljoen euro, er 30% van de winst effectief zal worden belast en de vennootschap niet kan genieten van die aftrekken.

Effectieve belasting op supplementen n.a.v. een controle: de verhoging van de belastbare basis naar aanleiding van een belastingcontrole zal niet meer kunnen worden verminderd met beschikbare aftrekbare bestanddelen, behalve de DBI-aftrek van het betrokken boekjaar.
Roerende voorheffing op kapitaalverminderingen: vandaag wordt een kapitaalvermindering niet onderworpen aan roerende voorheffing als zij voldoet aan bepaalde voorwaarden opgenomen in het wetboek van vennootschappen en als het om een werkelijke kapitaalvermindering gaat (vertegenwoordigd door inbrengen). Vandaag kan men opteren om een kapitaalvermindering integraal toe te rekenen op het werkelijk gestort kapitaal. Vanaf 2018, of zelfs misschien vanaf 1 november 2017, zal deze keuze niet meer mogelijk zijn en zal de kapitaalvermindering proportioneel aangerekend op het gestort kapitaal, belaste reserves (al dan niet geïncorporeerd in het kapitaal) en de vrijgestelde reserves geïncorporeerd in het kapitaal. De kapitaalvermindering zal fiscaal ­prioritair geacht worden te zijn aangerekend op de belaste reserves, en bij gebreke, op de vrijgestelde reserves. De kapitaalvermindering aangerekend op de reserves zal onderworpen worden aan de roerende voorheffing (en aan de vennootschapsbelasting voor de vrijgestelde reserves).
Verhoging van de boetes in het geval van niet-aangifte en in geval van onvoldoende of ontbrekende voorafbetalingen.
Fairness taks: deze belasting op dividenden uitgekeerd door vennootschappen die geen belasting betalen, zou worden afgeschaft. De uiteindelijke beslissing hierover wordt later genomen.
Talrijke andere maatregelen van geringer belang werden eveneens voorzien. Wij zullen hierop later terugkomen.

c) Maatregelen die in werking treden in 2020 (of 2019)
Diverse maatregelen worden voorzien, de ene al belangrijker dan de andere. Hun effectieve inwerkingtreding dient nog te worden bevestigd. Hieronder een beknopte weergave van de voornaamste maatregelen:
Beperking van de notionele interestaftrek tot 30% van de EBITDA.
Invoering van CFC-wetgeving (Controlled Foreign Company), zijnde een soort Kaaiman-taks van toepassing op vennootschappen (volledige transparantie van bepaalde inkomsten en onmiddellijke taxatie in België, ook al is er geen uitkering).
Opheffing van de mogelijkheid om te genieten van fiscale degressieve afschrijvingen.
Invoering van een fiscale consolidatie.
Mogelijkheid om vrijgestelde reserves te taxeren aan verlaagde tarieven (10-15%).
Verdere inperking van de aftrekbaarheid voor autokosten.

Dit beknopte overzicht schetst de maatregelen voorzien in het regeerakkoord. Zoals hierboven al aangehaald, zijn die maatregelen erg technisch, en zullen zij nog worden verduidelijkt in de uiteindelijke wettekst en de parlementaire stukken.

Voor meer informatie staat het Estate Planning team van Degroof Petercam tot uw dienst. 

Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1