Conjunctuur trekt aan tegen achtergrond van reflatie

Ondanks de brexitstem klommen vertrouwensindicatoren in de tweede helft van 2016 mooi hoger. De overwinning van Trump kon daar niets aan veranderen. Het optimisme bij bedrijven, gezinnen en financiële markten kreeg een vervolg in het begin van 2017. Ook de inflatie zit in de lift. Er zijn dus duidelijke tekenen dat de conjunctuur aantrekt.

Lees verder

Hans Bevers

Chief Economist

De belangrijkste reden voor het betere economische momentum is de eerdere stijging van de olie- en grondstoffenprijzen in de loop van 2016, respectievelijk gedreven door de productiebeperkingen van de OPEC en de fiscale stimulus in China. Daardoor kwam de daaraan voorafgaande periode van desinflatie in 2014 en 2015 tot een einde. Die reflatie zorgt voor een aantal positieve effecten in de vorm van een wegebbende vrees voor deflatie, een toename van de investeringsvraag in de mijn- en energiesectoren en een stijging van de bedrijfswinsten.

Maar die reflatie garandeert op zich geen duurzame heropleving van de wereldeconomie. Zoals blijkt uit de grafiek hierna, is de recente inflatieopstoot echter van tijdelijke aard. Het onderliggende economische plaatje oogt meer dan acht jaar na de grote financiële crisis nog altijd niet geweldig en de neerwaartse risico’s blijven duidelijk aanwezig. Laten we achtereenvolgens kort de situatie in de VS, de Eurozone en China, samen goed voor bijna 60% van de wereldwijde economische activiteit, onder de loep nemen.

Verenigde Staten

Van alle westerse landen leunen de Verenigde Staten het dichtst aan bij een volledige benutting van het economisch potentieel. De consumptie blijft op peil tegen de achtergrond van solide banengroei, lage energieprijzen en stijgende huizenprijzen. De private investeringsvraag bleef de afgelopen jaren fors achter maar lijkt nu eindelijk de eerste tekenen van herstel te tonen. Ook het vertrouwen in de Amerikaanse verwerkende nijverheid herstelt, ook al weegt de sterke dollar nog altijd op de concurrentiekracht van de exportgerichte bedrijven.

De grote vraag blijft welke kaarten de Trump-administratie zal spelen. Het blijft moeilijk in te schatten wat Trump daadwerkelijk kan realiseren. Hij heeft dan wel een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, van een totale vrijgeleide is geen sprake. Een breed infrastructuurprogramma in combinatie met lagere belastingen voor bedrijven en gezinnen zou de economische activiteit verder kunnen versterken en de inflatie hoger duwen. Het belangrijkste risico schuilt wellicht in de mogelijkheid van een terugkeer naar een duidelijk protectionistischer handelsbeleid. De Fed liet duidelijk verstaan dat ze een afwachtende houding aanneemt ten aanzien van de politieke besluitvorming. Voorlopig zit ze toch nog altijd op koers om de rente dit jaar ongeveer twee à drie keer op te trekken.

Eurozone

Het economische herstel begint vorm te krijgen. Vertrouwensindicatoren zijn consistent met een redelijk stevig groeiritme en de werkloosheid neemt geleidelijk af. Dat is een positieve en welgekomen evolutie. Met de fors gedaalde interestvoeten, de lagere energieprijzen, de goedkopere euro, het einde van de forse besparingspolitiek en een beter momentum in de rest van de wereld komt de Europese economie weer tot leven. Gezien de bestaande overcapaciteit is het potentieel voor een verder herstel zeker aanwezig.

Maar Europa boekt te weinig vooruitgang in de opzet van een breed investeringsprogramma. Bovendien is van een politieke unie nog altijd geen sprake. De opmars van populistische en nationalistische partijen aan beide zijden van het politieke spectrum maakt ook dat die er de volgende jaren eenvoudigweg niet kan komen. En het ontbreken van een sterke Europese identiteit betekent dan weer dat een begrotingsunie weinig realistisch is. Laat net die laatste van groot belang zijn om de overlevingskansen van een muntunie op langere termijn gaaf te houden.

Niet dat er de voorbije jaren helemaal niets is gebeurd. Reddingsprogramma’s werden uitgerold, de bankenunie werd in de steigers gezet en het Juncker-plan is zeker een stap in de goede richting. En de diepe recessie in de nasleep van de grote financiële crisis betekende niet onmiddellijk het einde van de jonge muntunie. Dat is op zijn minst verdienstelijk. Maar ondanks de beklimming van een paar stevige cols is de weg naar een stabiele monetaire unie nog lang en steil.

De vertrouwensindicatoren bevestigen dat de groei er redelijk op vooruitgaat, terwijl de werkloosheid stilaan daalt.

China

Na een turbulent jaar 2015 kwam de Chinese economie onder impuls van een flinke scheut stimulus terug in rustiger vaarwater terecht. Maar China blijft een toprisico voor de wereldeconomie. De supersnelle kredietgroei is simpelweg onhoudbaar. Er zijn weliswaar een aantal goede redenen waarom het niet onmiddellijk tot een harde landing hoeft te komen. Ten eerste komt de kredietgroei vooral op het conto van de staatsgeleide bedrijven. Het is met andere woorden de overheid zelf die een zware invloed uitoefent op de vraag naar kredieten. Bovendien is de schuld ten opzichte van het buitenland zeer gering en zijn er kapitaalcontroles van kracht. Dat betekent dat een scenario zoals de Oost-Aziatische crisis eind jaren negentig geen doorgang kan vinden. De kredietgroei wordt immers vooral gefinancierd met binnenlands spaargeld. Toch is de situatie niet duurzaam. China houdt voorlopig halsstarrig vast aan een groeidoelstelling van 6,5%. Maar hoe dat rijmt met structurele hervormingen richting meer binnenlandse consumptie of een optimale allocatie van middelen blijft een groot vraagteken. Bovendien vergrijst de Chinese bevolking in sneltempo. Uit officiële communicatie blijkt dat ook China zich bewust is van de onevenwichtige groei. Het meest realistische scenario is dan ook dat we de volgende jaren een vervolg zien van het huidige ‘stop-and-go’ beleid waarbij de neerwaartse risico’s duidelijk groter zijn dan de opwaartse.

Besluit

Samenvattend kunnen we stellen dat de conjunctuur aantrekt terwijl de eerdere stijging van de grondstoffenprijzen de totale inflatie hoger duwt. De onderliggende inflatie daarentegen oogt nog altijd zeer gematigd, zeker in Europa. Bovendien blijft de beleidsonzekerheid groot. Tegen die achtergrond zullen centrale banken hun zeer soepele monetaire beleid voortzetten. Intussen kijken we nog altijd met veel belangstelling naar China. De positieve dynamiek van de voorbije kwartalen lijkt niet duurzaam.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1