Inflatie:
vriend of vijand van obligaties?

Inflatie is de grootste vijand van een belegger in obligaties, zo luidt het gezegde. Wij gaan hier even verder op in.

Lees verder

 width=
Sam Vereecke

Senior Portfolio Manager

Een klassieke obligatie betaalt een vaste coupon die bij uitgifte werd bepaald. Die coupon is de vergoeding die de belegger krijgt voor het geld dat hij leent aan een staat of bedrijf. Maar hoeveel is genoeg? Dat bepaalt ‘de markt’. De kopers en verkopers op de markt kijken naar verschillende factoren, zoals de looptijd, de kredietwaardigheid van de uitgever enzovoort. De uiteindelijke rente geeft de belegger een bepaald rendement op de vervaldag van de obligaties, waarop hij zijn oorspronkelijk belegde bedrag terug hoort te krijgen.

Wordt de belegger daadwerkelijk rijker van die rente? Gedurende de periode dat zijn geld is belegd, nemen de kosten voor levensonderhoud namelijk meestal toe. Een stijging van het algemene prijspeil van goederen en diensten noemen we inflatie.

Als een huishouden bijvoorbeeld dit jaar 100 euro moet besteden aan gezinsuitgaven en volgend jaar voor hetzelfde 102 euro moet betalen, dan spreken we van 2% inflatie. Het leven is dan 2% duurder geworden.

Als de obligatie volgend jaar 2% rente uitkeert, dan is de belegger niet welvarender geworden. Hij kan volgend jaar immers precies hetzelfde kopen als vandaag, aan de nieuwe prijzen. Als de obligatie 3% rente zou uitkeren, zou de belegger er wel op vooruitgaan: na aftrek van 2% inflatie, houdt hij in dat geval ongeveer 1% extra koopkracht over. Die 1%, die de belegger ‘welvarender’ maakt, noemen we het reëel rendement.

Je kunt het rendement bijvoorbeeld verhogen door een obligatie met een langere looptijd te nemen, een minder kredietwaardige uitgever te kiezen of door in bepaalde vreemde munten te beleggen. Het spreekt voor zich dat dat allemaal bepaalde risico’s met zich meebrengt. Veel kwaliteitsobligaties in euro hebben vandaag een negatief reëel rendement.

Vooruitzichten: stijging of daling

Maar hier eindigt het verhaal niet. Inflatie is geen vast gegeven, maar varieert in de tijd. Een van de factoren die bepalend is voor inflatie, is de sterkte van de economie. Het is dan ook een hele kunst om de toekomstige inflatie in te schatten. Zelfs de Europese Centrale Bank ondervindt moeilijkheden om de inflatie in Europa nauwkeurig te voorspellen.

Zoals eerder vermeld, wordt het rendement op obligaties door de kopers en verkopers in de markt bepaald. Laten we aannemen dat na verloop van tijd de markt verwacht dat de inflatie hoger zal zijn dan oorspronkelijk voorzien. Het rendement op onze obligatie is dan niet meer voldoende om die hogere inflatieverwachting te vergoeden. De obligatie brengt nu te weinig op.

De meeste obligaties hebben een vaste coupon die bij uitgifte van de obligatie werd vastgelegd. Aanpassingen die extra rendement opleveren, zijn vanaf dat moment niet meer mogelijk. Daarom verlaagt de markt de prijs van de obligatie zodat de coupon toch voldoende rendement geeft, weliswaar op basis van een nieuwe lagere prijs. De obligatie betaalt nog altijd dezelfde coupon uit en wordt nog altijd terugbetaald op vervaldag, maar ze is nu minder waard.

Hoe meer de inflatieverwachtingen stijgen, hoe meer de rente stijgt en hoe meer de obligatie vandaag in waarde verliest. Het omgekeerde is ook waar: lagere inflatieverwachtingen leiden tot lagere rentes en hogere prijzen voor obligaties met een vaste coupon. Dat allemaal in de veronderstelling dat ondertussen de reële rente niet beweegt, wat ook vaak gebeurt. Vandaar het gezegde: inflatie is de vijand van de belegger in obligaties, omdat bij stijgende inflatieverwachtingen een vastrentende obligatie aan waarde verliest.

Als de markt uitgaat van een stijging van de inflatie, dan zijn beleggers terughoudend om in obligaties te beleggen met vaste coupon. Er bestaan weliswaar alternatieven, zoals obligaties die een coupon hebben die meebeweegt met de rente, die in dat geval variabel is.

Inflatiegebonden

Een ander type obligatie heeft een heel specifieke oplossing voor het inflatieprobleem: ze past zich aan de inflatie aan. Dat wil zeggen dat de nominale waarde van de obligatie is gelinkt aan de inflatie. Stijgt de inflatie? De belegger krijgt een groter bedrag uitbetaald op vervaldatum (en omgekeerd). Hierdoor wordt de koopkracht van de belegger beter beschermd. Dergelijke obligaties heten inflatiegebonden obligaties.

Stel, een obligatie wordt uitgegeven aan 100. Als we ons voorgaand voorbeeld met 2% inflatie volgen, zou onze inflatiegebonden obligatie het jaar erop een nominale waarde hebben van 102, omdat ze de inflatie volgt. Dat betekent dat de nominale waarde van dergelijke obligaties, na een aantal jaren positieve inflatie, kan aangroeien tot een aanzienlijk hoger bedrag. Het uiteindelijke bedrag hangt af van de precieze berekening van de cumulatieve inflatie over de volledige looptijd van de obligatie.

In het geval van negatieve cumulatieve inflatie over de looptijd van de obligatie zou de nominale waarde kunnen dalen onder de 100. Dat is tot nu toe een uiterst zeldzame situatie, en de meeste inflatiegebonden obligaties betalen altijd 100 uit op vervaldatum, zelfs al was de inflatie negatief over de looptijd.

Niets is voor niets natuurlijk. De coupon van dergelijke obligaties is lager. De coupon komt dan overeen met de reële rente bij uitgifte, omdat de inflatie wordt uitbetaald via een verhoging van de nominale waarde.

Onze inflatiegebonden obligaties zorgen er dus voor dat we ons minder zorgen hoeven te maken over toekomstige inflatie en onze koopkracht. Stijgt de inflatie, dan krijgen we een hoger bedrag uitbetaald. Daalt de inflatie, dan krijgen we minder uitbetaald. Maar dan hebben we ook minder nodig om onze koopkracht te behouden. Inflatie is in dat scenario geen echte vijand meer! Maar kunnen we dan van een vriend spreken? Niet echt. Dergelijke obligaties maken u gewoon ongevoeliger voor het inflatieprobleem, you care less…

Is dat de ideale wereld?

Verwacht u meer inflatie dan momenteel wordt verwacht in de markt, dan kiest u, als belegger, over het algemeen beter voor inflatiegebonden obligaties in plaats van de traditionele obligaties met vaste coupon. Hebt u, als belegger, geen uitgesproken mening over de inflatie, dan beschermt u met dit type obligaties uw koopkracht en zit u dus relatief goed. Verwacht u minder inflatie dan de markt, dan lijken traditionele obligaties met een vaste coupon een beter alternatief.

Begin 2016, toen de olieprijs in elkaar was gezakt, en toen de motor van de groeimarkten sputterde, verwachtte men weinig inflatie; er was zelfs sprake van ‘deflatie’. Tijdens die periode deden de inflatiegebonden obligaties het minder goed dan de traditionele staatsobligaties. Sinds de zomer van 2016 zijn de inflatieverwachtingen geleidelijk genormaliseerd en doen de inflatiegebonden obligaties het beter. Ze kregen zelfs een extra boost na de verkiezingen van Trump, omdat er vanuit die hoek extra inflatie werd verwacht.

Inflatiegebonden obligaties vormen dus een belangrijke bouwsteen voor een gebalanceerde portefeuille. Hoewel ze een beetje exotisch overkomen, kunnen ze veel toegevoegde waarde leveren. Eigenlijk zijn ze niet eens zo exotisch. Wereldwijd zijn inflatiegebonden obligaties goed voor ongeveer 2,5 biljoen euro. Dat is ongeveer 10% van alle staatsobligaties. Dat maakte hen toch tot een zeer grote activaklasse, ook al zijn ze iets minder liquide dan hun traditionele tegenhangers.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1