De schenking van een familiebedrijf nu onderworpen aan 0% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt er sinds 1 januari 2017 een gunstregime voor de overdracht van het familiebedrijf. Wat opvalt, is dat de nieuwe regeling sterk lijkt op gelijkaardige gunstregimes in het Vlaamse en Waalse Gewest. Er worden echter een aantal Brusselse accenten gelegd. Hierna volgt een overzicht van de krachtlijnen.

Lees verder

Patrizia Macaluso

Senior Consultant Estate Planning

Om de overdracht van de familiale onderneming of familiale vennootschap (hierna ‘het familiebedrijf’) aan de volgende generatie aan te moedigen, hebben het Vlaams en het Waals Gewest de schenking van het familiebedrijf mogelijk gemaakt aan 0%. De vererving van een familiebedrijf is in het Vlaams Gewest onderworpen aan een vlak tarief van 3% in rechte lijn of tussen partners1 en 7% in de andere gevallen. In het Waals Gewest is de vererving mogelijk aan 0%.

Tot voor kort bleef het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wat achterop hinken met een minder gunstige regeling. Sedert 1 januari 2017 is dit veranderd. Om de continuïteit van het familiebedrijf te verzekeren en de fiscale concurrentie tussen de Gewesten onderling te bevorderen, kan het familiebedrijf nu ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geschonken worden aan 0%. Heeft de bedrijfsleider tijdens zijn leven niet geschonken, dan gelden dezelfde vlakke successierecht-tarieven van 3% of 7% zoals hierboven vermeld voor zijn of haar erfgenamen. Deze regeling is van toepassing voor zover de erflater of schenker op het ogenblik van het overlijden of de schenking zijn hoofdverblijfplaats had in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest2.

Welke activa kunnen genieten van het gunsttarief?

Zowel aandelen van een familiale vennootschap, als beroepsmatig aangewende activa in een familiale onderneming komen in aanmerking. Onroerende goederen die “hoofdzakelijk” worden aangewend of bestemd tot bewoning zijn uitgesloten. Een vordering rekening-courant die een pater familias aanhoudt op zijn of haar vennootschap is eveneens uitgesloten.

De aandeelhouder van het familiebedrijf kan met de nieuwe Brusselse regeling ook alle flexibiliteit behouden op het vlak van controle op en inkomsten uit het familiebedrijf. Het is immers niet vereist dat de volle eigendom geschonken wordt. Men kan bijvoorbeeld perfect met toepassing van de gunsttarieven een schenking realiseren met voorbehoud van vruchtgebruik.

“Voortaan is de schenking van een familiebedrijf onderworpen aan 0% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Brussels gewest nam die maatregel in navolging van de twee andere gewesten. Om de continuïteit van familiebedrijven te garanderen en om beter de fiscale concurrentie aan te kunnen met andere regio’s.”

Welke participatie komt in aanmerking?

Opdat de gunstregeling van toepassing is, moet het familiaal karakter van het familiebedrijf effectief voorhanden zijn. Dit is het geval indien de schenker/erflater een participatie heeft van minstens 50% in volle eigendom op het ogenblik van de schenking of bij zijn overlijden. Deze 50%-grens wordt geconsolideerd bekeken op het niveau van ’de familie’. Men houdt dus ook rekening met de participatie in handen van de echtgenoot, wettelijk samenwonende partner en verwanten in rechte lijn om na te gaan of de 50%-grens vervuld is. Participaties aangehouden door broers, zussen of hun kinderen komen eveneens in aanmerking.
Het familiaal karakter blijft behouden indien het bedrijf in handen is van maximaal drie families. Is er sprake van twee families, dan zakt de 50%-drempel naar 30% op voorwaarde dat deze twee families samen minstens 70% van het bedrijf in handen hebben. Is er sprake van drie families, dan is de 30%-drempel voldoende op voorwaarde dat deze drie families samen minstens 90% van het bedrijf in handen hebben.

Vereiste van een reële economische activiteit

Het familiebedrijf (of de holdingvennootschap) moet zelf een reële economische activiteit uitoefenen. De doelomschrijving voorzien in de statuten is niet zaligmakend. De effectieve activiteit is determinerend voor de toepassing van het gunsttarief.

Typische voorbeelden zijn de activiteit van bakker, slager, apotheek, doktersvennootschap, advocatenvennootschap, etc.

Een holdingvennootschap die geen reële economische activiteit uitoefent is niet automatisch uitgesloten van dit gunstregime. Voorwaarde is wel dat de holding zelf een rechtstreekse participatie aanhoudt van 30% in een actieve dochtervennootschap. De schenker/erflater die een participatie heeft in een holdingvennootschap, zal zich er dus van vergewissen dat deze 30%-grens vervuld is, zoniet zal de holding niet in aanmerking komen voor het gunsttarief (steeds beperkt tot de waarde van de participatie in de actieve dochtervennootschap).

Familiebedrijven worden vermoed geen reële economische activiteit te hebben en zijn dus uitgesloten van het gunsttarief indien uit de balansposten van de goedgekeurde (geconsolideerde) jaarrekening van minstens een van de drie boekjaren voorafgaand aan de datum van schenking/overlijden cumulatief blijkt dat de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen gelijk zijn aan of minder zijn dan 1,5% van de totale activa en de terreinen én gebouwen meer dan 50% uitmaken van de totale activa.

Het staat de belastingplichtige uiteraard vrij te bewijzen dat het familiebedrijf in kwestie niettegenstaande deze parameters tòch een actieve vennootschap is.

Formele voorwaarden

Naast een aantal evidente formele vereisten zoals de neerlegging van jaarrekeningen e.d. is ook vereist dat de toepassing van het gunsttarief wordt aangevraagd in de schenkingsakte of aangifte van nalatenschap.

Het gunsttarief zal maar toegepast worden indien een attest wordt afgeleverd door de fiscale administratie waarin bevestigd wordt dat het familiebedrijf kwalificeert. Dit attest kan (in het kader van een nalatenschap) achteraf nog worden ingediend.

Een dergelijk attest moet nog twee keer aangevraagd en verkregen worden in de driejarige periode na de schenking of het overlijden.

Voorwaarden tot behoud van de gunst- of vrijstellingsregeling

Na schenking of vererving is het gunsttarief nog niet definitief verworven. In de drie jaren na schenking/overlijden dienen een hele reeks voorwaarden vervuld te blijven. Het blijvend vervullen van deze voorwaarden vereist een goede opvolging. De sanctie is immers onverbiddelijk: toepassing van de normale tarieven inzake schenkings- of successierechten, verhoogd met nalatigheidsinteresten.

Zo is vereist dat het familiebedrijf in de periode van drie jaar na schenking/overlijden een reële economische activiteit blijft behouden en zelfs dezelfde activiteit zonder onderbreking verderzet, de zetel/onderneming niet verplaatst buiten de Europese Economische Ruimte en zijn activa niet hoofdzakelijk aanwendt of bestemt tot bewoning. Het familiebedrijf dient eveneens zijn kapitaal te behouden.

Dit zijn strenge voorwaarden die in de andere gewesten milder zijn ingevuld. Bepaalde voorwaarden doorkruisen mogelijks ook de strategische beslissingen op het niveau van het bedrijf zoals de planning van kapitaalverminderingen.

De vereiste van het behoud van de activiteit belet evenwel niet dat het familiebedrijf verkocht zou worden. Het is wel zaak om in het kader van een verkoop binnen de 3 jaar na de schenking respectievelijk het overlijden bepaalde garanties in te bouwen met oog op de naleving van de strenge voorwaarden.

Specifieke anti-misbruikbepaling

Typisch voor de Brusselse regeling is de invoering van een specifieke anti-misbruikbepaling. Volgens deze bepaling zal de inbreng van activa in het jaar voorafgaand aan de schenking of het overlijden niet tegenstelbaar zijn aan de fiscale administratie. De waarde van deze activa blijft met andere woorden buiten het toepassingsgebied van de gunstregeling.

Conclusie

De invoering van dit gunsttarief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan enkel toegejuicht worden. Met deze regeling versterkt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn concurrentiepositie ten opzichte van de andere Gewesten en biedt het nu ook een opportuniteit om de overdracht van het familiebedrijf bij leven voor te bereiden met een vrijstelling van schenkingsrechten.

Er wordt aansluiting gezocht bij de Vlaamse regeling, maar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdt toch vast aan zijn fiscale autonomie door een aantal eigen ‘Brusselse’ accenten te leggen.

1 In het Vlaams Gewest kwalificeert als par tner de echtgenoot, wettelijk samenwonende partner of feitelijke samenwoner die minstens één jaar ononderbroken met de schenker/erflater samenwoont of een gemeenschappelijke huishouding voert. In het Waals Gewest genieten enkel echtgenoten en wettelijke samenwoners van het vlak tarief van 3%.
2 Heeft de er flater/schenker in de vijf jaar voorafgaand aan het overlijden of de schenking in verschillende gewesten gewoond, dan zal de Brusselse regeling slechts van toepassing zijn indien hij het merendeel van zijn tijd is verbleven (lees: gedomicilieerd) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1