Rentes stijgen langzaam maar zeker

Sinds de invoering van de euro vertonen de rentevoeten een dalend verloop. Ook voordien al overigens. Zelfs tot aan het begin van de jaren tachtig. Alleen tijdens de staatsschuldencrisis in de omliggende landen was er een kentering. Dat de rentes een duik nemen, wijst op deflatie en recessie. Die zijn op hun beurt toe te schrijven aan een hele reeks factoren: de vergrijzing van de bevolking, de zwakke vraag, de lage investeringsgraad, de minder vlotte toekenning van kredieten enzovoort.

Lees meer


Artikel printen

Bruno Colmant

Head of Macroeconomic Research and Economic Advisor

Het beleid dat van de euro een sterke en geloofwaardige internationale munt moest maken, en dat gevoerd werd tussen 2008 en 2015, heeft de deflatoire spiraal duidelijk versterkt. Terwijl de Griekse crisis de kwetsbaarheid van het muntsysteem blootlegde. Hetzelfde geldt voor de bezuinigingsmaatregelen die op een ongelukkig moment werden afgekondigd. Het pact voor stabiliteit en groei waarin die maatregelen uitmondden, was ongetwijfeld een historische vergissing, vergelijkbaar met de fouten gemaakt in de jaren dertig.

Monetaire maatregelen

Ook al zijn de rentes nog laag, toch mogen we een geleidelijke stijging naar een normaal rentepeil verwachten. In de Verenigde Staten zien we dat al gebeuren. Telkens als de centrale bank er aankondigt dat de rente op korte termijn zal stijgen, steekt de groei er een tandje bij. Hoewel sommigen daar sterk in geloofden, komt een periode van structureel lage groei er volgens mij niet. Dat die aanhangers van seculaire stagnatie intussen veel stiller zijn geworden, is niet toevallig. De ondersteunende maatregelen geven de inflatie namelijk zuurstof. Op lange termijn zal dat automatisch leiden tot een stijging van de rentes. Het gaat dan weliswaar niet over de reële rente (die de groei van de economie weerspiegelt), maar over een stijging gekoppeld aan het kredietrisico en aan de terugkeer van de inflatie.

Staatsschuld

Nu het einde van het soepel monetair beleid van de ECB in zicht is, pleit in Europa nog een andere, doorslaggevendere factor voor een rentestijging: de staatsschuld. Zo hoog als nu was die in vredestijd nog nooit. In relatieve noch in absolute cijfers bereikte de staatsschuld ooit een hoger peil sinds de Tweede Wereldoorlog. Toch houdt de rentevoet geen rekening met het risico van een staatsschuld als zodanig.

Tegenstrijdigheid

Voorts is er een economische constante: het is onmogelijk om de integriteit van een munt te bewaren als veranderende krachten en tegenkrachten hem uit balans brengen. Onevenwichtige staatsfinanciën beschadigen en ondermijnen een munt nu eenmaal (dat is een universele wet). Een buitensporige schuldgraad zal een muntcorrectie onafwendbaar maken. Via monetarisering (een techniek die de Europese Centrale Bank toepast) zal de staatsschuld door de inflatie verdund worden. De munt kan ook in waarde verminderen op initiatief van de overheid (zoals in veel landen gebeurde, waaronder Cyprus). Als geen van beide situaties (inflatie of devaluatie) zich voordoet, stijgt de prijs van het geld, de rentevoet dus. En wel omdat de stabiliteit van de koopkracht dan niet meer is gegarandeerd en het risico voor de overheidsemittenten toeneemt. Een cijfer is veelzeggend: de staatsschuld van de eurozone is op tien jaar tijd met ongeveer 50% toegenomen. Dat komt overeen met een rentevoet die aanzienlijk hoger is dan 2%. De werkelijke schuldgraad steeg dus sneller dan de muntontwaarding terwijl de rentevoeten daalden. Dat is tegenstrijdig.

Addertje onder het gras

Een argument dat voor lage rentes pleit, is daarentegen dat de staten aan de budgettaire ketting liggen. Een stijging van de rentevoeten kunnen ze zich niet veroorloven. Vandaar de beslissing van de Europese Centrale Bank om geld te scheppen en staatsobligaties als onderpand te aanvaarden, die ze dus in geld omzetten. Maar de wetten van de markt volgen hun eigen dynamiek: aan dat soort van geldschepping zal een einde komen en het risico kan niet eindeloos worden toegedekt via de injectie van vers geld. Om schulden tegen een lage rentevoet te financieren, zullen de staten als ultieme redmiddel de banken en de verzekeringsmaatschappijen ertoe moeten verplichten om staatsobligaties te verwerven. Een reeks wettelijke maatregelen maken dat al mogelijk. De schulden van een staat worden daarom als risicovrij beschouwd, wat inhoudt dat de financiële instellingen er geen kapitaalwaarborg voor nodig hebben. Voor alle private tegenpartijen is dat wel het geval. Er zit echter een addertje onder het gras: als de financiële instellingen geen risico lopen, dan kunnen ze hun eigen geldschieters ook geen aantrekkelijk rendement aanbieden. Tenzij het hele financiële circuit met zachte hand genationaliseerd zou worden.

“Telkens de centrale bank in de VS aankondigt dat de rente op korte termijn stijgt, steekt de groei er een tandje bij.”

Positief signaal

Moeten we dan angst hebben voor de rentestijging? Dat vraagt om enige nuancering. Een bruuske rentestijging moeten we niet meteen verwachten omdat de centrale banken die niet zonder slag of stoot over zich heen zouden laten gaan. De gevolgen ervan zouden bovendien nefast zijn voor de financiële markten. Een progressieve stijging van de rente zou daarentegen een positief signaal zijn, dat de terugkeer naar een normaal muntbeleid inluidt. De aartsmoeilijke periode zou daarmee eindelijk achter de rug zijn. Mocht die stijging echter het gevolg zijn van inflatiedruk, dan zou die het negatieve effect ervan uitvlakken.

En de conclusie dan?

Welke invalshoek we ook kiezen, het verstand gebiedt ons om rekening te houden met een stijging van de langetermijnrente. Ervan uitgaan dat de huidige situatie aanhoudt, is dus geen optie.

Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1