Wealth ReviewLente 2019

Nederlands  |  Français

Hoe ver stijgen de beurzen nog na de ommezwaai in de monetaire politiek?

De sterke beursprestatie van het eerste kwartaal is de portefeuilles ten goede gekomen. Een belangrijk deel van de activa blijft in aandelen belegd, ook al zijn we sinds de zomer van 2018 voorzichtiger geworden. Een aanzienlijke aandelenpositie blijft aangewezen wegens de hoge risicopremie en de winstcyclus van de bedrijven die naar onze mening nog niet ten einde is. We zijn niettemin ‘onderwogen’ in aandelen: de verwachtingen voor de winstgroei van de bedrijven zijn nog te optimistisch en teleurstellingen kunnen voor volatiliteit op de markten zorgen.

Jérôme van der Bruggen

Head of Investments Strategy

Onderwogen in aandelen, maar aanzienlijke aandelenpositie blijft gehandhaafd

Als reactie op de zwakkere groeivooruitzichten veranderde de Amerikaanse Federal Reserve radicaal van koers. Dat zorgde voor een indrukwekkende opvering van de financiële markten. De aandelenmarkten maakten – met uitzondering van Japan – het verlies van het laatste kwartaal van 2018 helemaal goed in het eerste kwartaal van 2019. Na de koersstijgingen sinds begin dit jaar blijven we ‘onderwogen’ in aandelen. Een aantal drijfveren voor de aandelenmarkten zijn inderdaad in de goede richting geëvolueerd, maar we zijn van mening dat de trend van negatieve bijstellingen van de winstverwachtingen nog niet achter de rug is. Verwachtingen voor winstgroei zijn nog te hoog gespannen en tegenvallende resultaten kunnen voor volatiliteit op de markten zorgen. We behouden niettemin een aanzienlijke positie in aandelen om twee redenen. Ten eerste zijn de risicopremies voor de diverse regio’s (met uitzondering van Japan) nog steeds hoog, ook als we rekening houden met verdere neerwaartse bijstellingen van de winstverwachtingen. Ten tweede blijft volgens ons de winstcyclus intact. De neerwaartse winstbijstellingen kunnen nog even aanhouden, maar indien onze verwachting uitkomt dat de wereldwijde groeivertraging niet uitmondt in een recessie, dan zouden de bedrijfswinsten evenmin in een recessie terechtkomen. Een beperkte winstgroei in 2019, gevolgd door een herstel in 2020 en 2021, volstaat om de huidige waarderingen te verantwoorden.

Verlaging van de weging voor Europese aandelen ten voordele van High Yield bedrijfsobligaties en obligaties van opkomende landen

We hebben gebruik gemaakt van de hausse tijdens het eerste kwartaal om de weging van Europese aandelen te verlagen. Met een prijs gelijk aan 13,5 keer de verwachte winst zijn Europese aandelen goedkoper dan Amerikaanse (16,5x), maar op dit ogenblik zien we geen katalysator om de waarderingskloof ten opzichte van de Amerikaanse aandelen te dichten. De eindeloze brexit-onderhandelingen en de risicovolle Europese verkiezingen in mei bieden geen klimaat om een snelle terugkeer van het beleggersvertrouwen te verwachten. De Europese beurzen zijn bovendien onderhevig aan de steeds zwaardere regelgeving die sectoren moeten torsen, zoals de autosector (waar de emissienormen almaar strenger worden) of de financiële sector (waar de kapitaalvereisten erg zwaar zijn geworden). Dat betekent echter niet dat Europese aandelen geen kwalitatieve waarden bevatten die uitstekende performancevooruitzichten bieden, maar een actieve selectie is wel noodzakelijk. Een deel van de opbrengst van de afbouw van Europese aandelen werd herbelegd in obligaties met hoog rendement (‘High Yield’) of in obligaties uitgegeven door opkomende landen. De volgende argumenten vormden daartoe de aanleiding: de oplopende spreads (1) tijdens het laatste kwartaal van vorig jaar en de soepelere vooruitzichten omtrent de monetaire politiek van de centrale banken.

Overheidsobligaties EUR als ‘veilige haven’

De dalende langetermijnrente bracht de Duitse 10-jarige rente opnieuw rond 0%, terwijl de Amerikaanse 10-jarige rente terugviel naar 2,50%. Aan die niveaus zijn de risico’s voor de rente eerder opwaarts, wat er ons toe aanzet om een beperkte duratie in de portefeuille aan te houden. We blijven van mening dat overheidsobligaties een plaats in de portefeuilles moeten behouden door de diversificatie die ze bieden. We stellen vast dat deze obligaties als een ‘veilige haven’ worden beschouwd tijdens periodes met turbulente marktomstandigheden. De stijging van de loonkosten zou de inflatie weliswaar kunnen doen toenemen, maar er zijn op dit ogenblik geen elementen die erop wijzen dat de prijsstijgingen niet onder controle worden gehouden. Structurele elementen, zoals de vergrijzing van de bevolking die een ander consumptiepatroon met zich meebrengt, verhinderen dat de prijzen snel gaan stijgen. In die context zien we ook in de Amerikaanse overheidsobligaties een beleggingsopportuniteit.

Goud blijft rol van schokdemper spelen

Om de toekomstige evolutie van goud in te schatten, is de reële rente van groot belang. Een goudbelegging levert geen inkomsten (rente of dividend) op. Wie in goud belegt, loopt bovendien ook de inkomsten uit andere beleggingen mis. Hoe hoger die gederfde inkomsten zjn, of anders gezegd hoe hoger de reële rente is (de nominale rente min de inflatie), hoe minder interessant een goudbelegging wordt. In de loop van 2018 steeg de rente – vooral in de Verenigde Staten – wat een ongunstige evolutie was voor het goud (reële rente stijgt). Sinds eind vorig jaar is de renteomgeving opnieuw gunstiger voor de goudprijs door de neerwaartse aanpassing van de rentevooruitzichten, wat de relatieve aantrekkelijkheid van goud opnieuw heeft verhoogd. In die omgeving behouden we onze goudpositie als diversificatie in de portefeuilles.

(1) De ‘spread’ is de rendementspremie die geboden wordt door obligaties die als ‘risicodragend’ worden beschouwd tegenover obligaties ‘zonder risico’ uitgegeven door referentieoverheden. We spreken bijvoorbeeld over de ‘spread’ die obligaties uitgegeven door perifere landen van de eurozone bieden, of de ‘spread’ van obligaties van opkomende landen.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1