Wealth ReviewWinter 2019

Nederlands  |  Français

Gevolgen van het huwelijk, het wettelijk en het feitelijk samenwonen op het vlak van het erfrecht

Nu het familierecht grondig is hervormd door de wetten van 31 juli 2017 en 22 juli 2018, geven we u een overzicht van de verschillen die er bestaan tussen echtgenoten, wettelijk samenwonende partners en feitelijk samenwonende partners. In deze bijdrage nemen we enkele vragen over erfrecht onder de loep.


Clara Crevecoeur

Estate Planner

 Clara Crevecœur

“Sinds 1 september 2018 stemt uw beschikbare quotiteit onveranderlijk overeen met de helft van uw vermogen en verschilt die niet langer in functie van het aantal kinderen.”

Als uitgangspunt nemen we twee personen die een gezamenlijk huishouden voeren, die op hetzelfde adres wonen en (al dan niet gezamenlijke) kinderen hebben. Vroeger zou dit koppel al snel beslist hebben om te huwen. Tegenwoordig gaan echter steeds meer mensen een wettelijke samenwoning aan of ze kiezen ervoor om zonder enig statuut samen te wonen (men spreekt dan van feitelijk samenwonen).

Voorwoord – definities

Alvorens we dieper ingaan op het erfrecht, vindt u hieronder de definities van de verschillende samenlevingsvormen.

Het huwelijk is een verbintenis tussen twee mensen, voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand. De huwelijkspartners verbinden zich ertoe de rechten en plichten die verbonden zijn aan het huwelijk, na te leven.

Het wettelijk samenwonen ontstaat wanneer twee personen die samenwonen bij hun gemeente een verklaring van wettelijk samenwonen afleggen.

Partners, die samenwonen zonder gehuwd te zijn of een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd te hebben, zijn feitelijk samenwonend. Die samenlevingsvorm wordt gevestigd zonder formaliteiten of bijzondere voorwaarden.

Clara Crevecœur

“In de drie gewesten genieten zowel de huwelijkspartner als de wettelijk samenwonende partner de meest voordelige tarieven inzake schenkings- en successierechten.”

Welke zijn de wettelijke erfrechten van uw partner in geval u overlijdt indien er kinderen zijn?

De wet bepaalt wie uw vermogen erft als u geen bijzondere initiatieven heeft ondernomen om hiervan af te wijken (bijvoorbeeld door een testament op te stellen). Dit noemt men de wettelijke devolutie.

Wanneer een gehuwd persoon overlijdt en kinderen nalaat, voorziet de wet dat de overlevende huwelijkspartner het vruchtgebruik van de volledige erfenis erft. De kinderen erven de blote eigendom van de erfenis in gelijke delen.

Het wettelijk erfrecht van de overlevende wettelijk samenwonende partner is minder uitgebreid dan dat van de overlevende huwelijkspartner. De wet kent aan de overlevende wettelijk samenwonende slechts het vruchtgebruik toe van het aandeel van de overledene in de gezinswoning (of het recht om de huur voort te zetten indien het om een huurwoning gaat) en het vruchtgebruik van het huisraad. De kinderen erven elk een gelijk deel van de de blote eigendom van het aandeel van de overledene in de gezinswoning (en het huisraad) en van de volle eigendom van de andere goederen die tot de nalatenschap behoren.

Tot slot kent de wet geen erfrecht toe aan de overlevende feitelijk samenwonende partner. Als u dus een deel van uw vermogen wenst na te laten aan uw feitelijk samenwonende partner, zal u een testament moeten opstellen of reeds tijdens uw leven een schenking doen aan uw partner.

U kan de wettelijke verdeling van uw nalatenschap wijzigen, bijvoorbeeld door een testament op te stellen of door schenkingen te doen tijdens uw leven. De mogelijkheden zijn echter niet steeds onbegrensd. Bepaalde erfgenamen hebben immers recht op een minimumaandeel van uw nalatenschap, de reserve genoemd. Die erfgenamen worden ook de ‘reservataire erfgenamen’ genoemd.

De reservataire erfgenamen zijn uw huwelijkspartner, als u gehuwd bent, en uw kinderen. Bijgevolg kunt u slechts vrij beschikken over een beperkt deel van uw vermogen, het ‘beschikbaar deel’ genoemd.

De reserve kan geschonden zijn omdat de overleden persoon bijvoorbeeld te veel geschonken heeft aan andere personen dan de reservataire erfgenamen. Als de reserve niet gerespecteerd wordt, dan kunnen de reservataire erfgenamen hun minimumerfdeel opeisen (‘inkorting vorderen’).

Wat is het maximaal erfdeel dat u kunt toewijzen aan uw partner wanneer er kinderen zijn?

Sinds 1 september 2018 stemt het beschikbaar deel – het deel van uw vermogen waarover u vrij kunt beschikken – onveranderlijk overeen met de helft (½) van uw vermogen. Voorheen verschilde het beschikbaar deel in functie van het aantal kinderen. Dit betekent dat uw kinderen samen genieten van een reserve van een helft (½), die onderling verdeeld moet worden in functie van het aantal kinderen.

In geval van een huwelijk is het maximum dat u kunt vermaken of schenken aan uw huwelijkspartner de helft in volle eigendom en het surplus (de andere helft) in vruchtgebruik.

In geval van wettelijke samenwoning kunt u uw wettelijk samenwonende partner ten hoogste de helft van uw erfenis in volle eigendom toekennen bij testament of via een schenking. Of u uw partner daarenboven het vruchtgebruik van uw gedeelte in de gezinswoning en het huisraad kunt toekennen, is betwist.

Omdat uw partner geen enkel wettelijk erfrecht heeft, moet u een testament opstellen of een schenking doen tijdens uw leven indien u uw partner een deel van uw vermogen wenst toe te kennen. Het maximum dat u aan uw feitelijk samenwonende partner kunt vermaken of schenken is de totaliteit van het beschikbaar deel dat, indien er kinderen zijn, voortaan vastgelegd is op de helft in volle eigendom.

(*) Een voorstel van decreet werd ingediend met het oog op een beperking tot 50% van de tarieven die gelden voor “alle andere personen”.

Wat is het minimum dat u aan uw partner moet nalaten wanneer er kinderen zijn?

De overlevende huwelijkspartner is, net zoals de afstammelingen, een reservataire erfgenaam. Het is bijgevolg niet mogelijk om, behalve in bepaalde bijzondere situaties (namelijk (opnieuw) huwen indien er stiefkinderen zijn of ook wanneer de echtgenoten aan het scheiden zijn), uw huwelijkspartner volledig te onterven.

De reserve van uw huwelijkspartner bedraagt minstens het vruchtgebruik van de helft van uw erfenis; met als absoluut minimum het vruchtgebruik van uw deel in de gezinswoning en het huisraad.

Is de waarde van het vruchtgebruik van de gezinswoning (en het huisraad) dus lager dan de waarde van het vruchtgebruik van de helft van uw nalatenschap, dan geniet uw overlevende huwelijkspartner niet enkel van het vruchtgebruik van uw deel van de gezinswoning en het huisraad, maar ook van een aanvullend vruchtgebruik (op de andere goederen van de erfenis) tot de totale waarde van het vruchtgebruik dat de overlevende huwelijkspartner geniet de helft van uw erfenis bereikt.

Is de waarde van het vruchtgebruik van de gezinswoning (en het huisraad) echter hoger dan de waarde van het vruchtgebruik van de helft van uw erfenis, dan zal de reserve van uw overlevende huwelijkspartner zich toch uitstrekken tot het vruchtgebruik van uw deel in de gezinswoning (en het huisraad).

Uitzondering: wanneer minstens één van de huwelijkspartners kinderen heeft uit een vorige relatie, dan laat de wet toe dat zij elkaar (al dan niet wederzijds) volledig of gedeeltelijk onterven. Tot 1 september was die mogelijkheid beperkt: de echtgenoten konden elkaar het vruchtgebruik van de gezinswoning (en het huisraad) niet ontnemen. Sindsdien voorziet de wet dat de huwelijkspartners elkaar dit vruchtgebruik weliswaar kunnen ontnemen maar kent aan de overlevende huwelijkspartner wel het recht toe om nog zes maanden na het overlijden in de gezinswoning te blijven wonen.

De wettelijk samenwonende partner, en a fortiori de feitelijk samenwonende partner die geen wettelijke erfgenaam is, zijn geen reservataire erfgenamen. U kunt hen onterven bij testament of door schenkingen te doen aan andere personen.

Wat met de schenkingsrechten en de successierechten?

De gewesten zijn bevoegd om schenkings- en successierechten te heffen.

De woonplaats van de schenker op de dag van de registratie van de schenking of van de overledene op de dag van diens overlijden, bepaalt welk van de drie gewesten bevoegd is om het schenkings- of successierecht te heffen. De plaats waar het geschonken goed is gelegen, de fiscale woonplaats van de begunstigde van de schenking of nalatenschap, of de nationaliteit van een van de partijen zijn van geen belang.

Onder de fiscale woonplaats van de schenker of van de overledene wordt zijn gebruikelijke woonplaats verstaan.

Indien die fiscale woonplaats in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan de schenking of aan het overlijden gewijzigd is, zal het gewest bevoegd zijn waar de schenker of de overledene zijn fiscale woonplaats het langst heeft gevestigd gedurende die periode van vijf jaar.

In de drie gewesten genieten zowel de huwelijkspartner als de wettelijk samenwonende partner de meest voordelige tarieven inzake schenkings- en successierechten.

Alleen in het Vlaams Gewest wordt de feitelijk samenwonende partner in bepaalde omstandigheden gelijkgesteld met de huwelijkspartner en de wettelijk samenwonende partner voor de tarieven van de schenkings- en successierechten. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest worden voor de feitelijk samenwonende partner de tarieven toegepast zoals die gelden tussen “alle andere personen”.

In tabel hiernaast vindt u een overzicht van de verschillende tarieven zoals die van kracht zijn in de drie gewesten op het vlak van schenkingsrechten (zowel voor roerend vermogen als voor onroerend vermogen) en successierechten (gewone tarieven en tarief van toepassing op de overdracht van de gezinswoning), en dit tussen echtgenoten, wettelijk samenwonende partners en feitelijk samenwonende partners.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1