Krijtlijnen van het vernieuwde erfrecht

Het huidige erfrecht dateert nog van 1804 toen het Burgerlijk Wetboek ingevoerd werd. Het erfrecht is aan een hervorming toe. Daartoe werd op 25 januari 2017 een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft.

Lees verder

Vincent Hovine

Senior Consultant Estate Planning

Dat wetsvoorstel zal waarschijnlijk ten vroegste einde dit jaar goedgekeurd worden. Het wetsvoorstel voorziet in een ruime overgangsperiode voor de inwerkingtreding van de wet, namelijk een jaar na de publicatie in het Belgisch Staatsblad. U zult bijgevolg pas vanaf 2019 uw erfenis kunnen plannen volgens de nieuwe regels.

In de praktijk zien wij dat meer en meer partners niet meer gehuwd zijn maar samenwonen. Ook stellen wij een toename vast van het aantal hersamengestelde gezinnen. Daarnaast worden wij almaar ouder, waardoor onze kinderen steeds later erven en op dat moment al kapitaalkrachtig zijn. Dat alles zorgt voor nieuwe uitdagingen op het vlak van het erfrecht. Ook dringt zich op technisch vlak een hervorming van het erfrecht op.

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de erfrechtelijke reserve, maar ook op de regels voor schenkingen. Het onderstaande is gebaseerd op het wetsvoorstel zoals het vandaag voorligt.

Wijziging van de regels met betrekking tot de erfrechtelijke reserve


■ Wie is reservataire erfgenaam?

In de huidige stand van de wetgeving zijn kinderen en de huwelijkspartner reservataire erfgenamen.

In het kader van de hervorming van het erfrecht blijft dat ongewijzigd, maar zal de reserve van de kinderen herleid worden – ongeacht het aantal kinderen – tot de helft van de nalatenschap. De andere helft is het beschikbaar deel waarover de erflater vrij kan beschikken zonder dat de reservataire erfgenamen daar enige aanspraak op kunnen maken.

Het wetsvoorstel wijzigt op zich de omvang van de reserve van de langstlevende niet. Het voorbehouden erfdeel van de langstlevende bestaat nog altijd uit het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap. Wel zal het vruchtgebruik dat de langstlevende erft, prioritair aangerekend worden op het beschikbaar deel en zo weinig mogelijk op de reserve van de kinderen.

Stel dat u uw echtgeno(o)t(e) en kind hun reserve nalaat, terwijl u het beschikbaar deel toewijst aan uw petekind. Uw kind krijgt zijn reserve, namelijk de helft van de nalatenschap. Uw petekind krijgt het beschikbaar deel, zijnde de andere helft. Maar uw echtgenote erft het vruchtgebruik op de helft van diezelfde nalatenschap. Dat vruchtgebruik wordt vandaag evenredig aangerekend over het erfdeel van uw kind en uw petekind. Het resultaat is dat uw kind en uw petekind maar ¼ in volle eigendom erven. Allebei moeten ze op het andere vierde deel hun eigendom ‘delen’ met uw echtgeno(o)t(e). Volgens het wetsvoorstel zal het kind in de toekomst zijn helft wel in volle eigendom erven. Het petekind zal daarentegen over zijn volledige helft de eigendom moeten delen met de langstlevende echtgeno(o)t(e) die het vruchtgebruik erft op die helft.

Ook zijn ouders – in de huidige stand van de wetgeving – reservataire erfgenamen als de erflater geen kinderen nalaat. Met de hervorming van het erfrecht zal de reserve van de ouders afgeschaft worden. Hierdoor zal de ongehuwde en kinderloze erflater (en meer specifiek de samenwoner) vrij kunnen kiezen aan wie hij zijn vermogen overdraagt. Als compensatie voor de afschaffing van de reserve, zal de ouder (indien hij behoeftig is) een onderhoudsvordering kunnen instellen ten laste van de nalatenschap.

■ Hoe groot is de omvang van de reserve?

Om te berekenen op welke goederen de langstlevende en de kinderen hun erfrechtelijke aanspraken kunnen laten gelden, moet de ‘fictieve massa’ samengesteld worden. De wijze waarop de fictieve massa berekend wordt, verandert in de toekomst niet. Alleen zal in de toekomst de wedersamenstelling van de fictieve massa gebeuren op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking (en niet meer op datum van overlijden), geïndexeerd tot de dag van het overlijden. Hierdoor wordt eenvormigheid bereikt met de waardering van de schenkingen met het oog op de inbreng (zie verder).

■ Wat in geval van schending van de reserve?

De afstammelingen van de erflater hebben vandaag recht op hun reserve in natura. Ingeval van schending van de reserve (bv. omdat de erflater te veel giften gedaan heeft aan derden/niet-erfgenamen) kan iedere reservataire erfgenaam een vordering tot inkorting inleiden bij de rechtbank (dat wil zeggen, de terugkeer eisen van de geschonken goederen) ten belope van de overschrijding van het beschikbaar deel. De reservataire erfgenaam beschikt hiervoor over een termijn van 30 jaar. Schenkingen die door de erflater toegekend worden, zijn dus kwetsbaar in de mate dat zij later mogelijk ongedaan gemaakt kunnen worden.

Om die reden wordt in het wetsvoorstel de reserve in natura omgevormd naar een reserve in waarde. De reservataire erfgenamen zullen zich tevreden moeten stellen met de tegenwaarde van de reserve in geld en niet meer met de geschonken goederen zelf. Ook wordt de termijn van 30 jaar herleid tot een termijn van 10 jaar als de vordering tot inkorting uitgeoefend moet worden ten aanzien van giften gedaan aan derden of niet-erfgenamen.

Wijziging van de regels met betrekking tot de inbreng van giften

De inbreng van giften is in het huidige recht de handeling waarbij de erfgenaam die van de overledene een gift gekregen heeft, het voorwerp van de gift of de waarde ervan inbrengt in de massa van de bestaande goederen op het moment van het overlijden, om samen met die goederen de tussen de erfgenamen te verdelen massa te vormen en aldus de gelijkheid ten aanzien van zijn mede-erfgenamen te herstellen.

De inbreng van giften gebeurt vandaag verschillend naargelang het gaat om roerende dan wel om onroerende goederen. Dat onderscheid zorgt in de praktijk vaak voor scheeftrekkingen. Een voorbeeld zal dat verduidelijken.

U overlijdt en laat twee kinderen na (Hugo en Thomas). U hebt Hugo ooit een bedrag van 300.000 euro geschonken en Thomas een onroerend goed met op het ogenblik van de schenking eveneens een waarde van 300.000 euro, maar met een waarde van 600.000 euro op de dag van uw overlijden.

In toepassing van de regels rond roerende inbreng zal Hugo enkel het nominale bedrag door ‘mindere ontvangst’ moeten inbrengen, namelijk 300.000 euro. Thomas die een onroerende schenking kreeg, zal het onroerend goed in natura moeten inbrengen (namelijk de waarde van 600.000 euro). Hoewel de goederen op het ogenblik van de schenking een gelijke waarde hadden, zal de gelijkheid – die de erflater had trachten te realiseren – tussen Hugo en Thomas niet verzekerd zijn. Dankzij de hervorming van het erfrecht zullen Hugo en Thomas de schenkingen inbrengen in waarde, ongeacht de aard van de goederen, en op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking (300.000 euro, geïndexeerd tot de dag van het overlijden). Ook al hebben Hugo en Thomas andere goederen gekregen, zal – in het hervormde erfrecht – ervan uitgegaan worden dat Hugo en Thomas op voet van gelijkheid behandeld werden.

Versoepeling van het huidige verbod op overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen

Wilt u tijdens uw leven open kaart spelen met uw erfgenamen? En met hen afspreken hoe uw bezittingen na uw overlijden verdeeld zullen worden en dat netjes op papier zetten? Helaas is zo’n erfovereenkomst vandaag in de meeste gevallen verboden. Als u toch zo’n erfovereenkomst opstelt, zal ze niet afgedwongen kunnen worden.

Het wetsvoorstel over het nieuwe erfrecht behoudt het principiële verbod op erfovereenkomsten maar de wettelijk toegelaten erfovereenkomsten worden uitgebreid. Hierdoor komt de wetgever tegemoet aan de bezorgdheid van vele burgers om zélf hun nalatenschap te regelen en dat in overleg met de toekomstige erfgenamen.

Welke erfovereenkomsten worden mogelijk?

Kinderen zullen voortaan de mogelijkheid krijgen om samen en in overleg met hun ouders te verzaken aan zowel de vordering tot inkorting als de vordering tot inbreng. Dat is een geruststelling voor ouders die bijvoorbeeld een zorgkind meer willen nalaten.

De waarde van een schenking zal voortaan vastgeklikt kunnen worden in de schenkingsakte zelf, maar ook achteraf, in een latere overeenkomst. Zo is iedereen zeker dat er achteraf nooit discussie zal zijn over de waarde van die schenking. Een dergelijke erfovereenkomst is nuttig voor ouders die aandelen van de familiale onderneming schenken aan één kind. De opvolger is door die overeenkomst gerust dat zijn broers en zussen de waarde van de aandelen van de familiale onderneming op het moment van de schenking niet in twijfel zullen trekken.

U zult een generatie kunnen overslaan bij een schenking: in het vernieuwde erfrecht zullen uw kinderen (of een van hen) kunnen toestemmen dat hun (zijn) eigen kinderen (dus uw kleinkinderen), in hun (zijn) plaats, toebedeeld worden. Die toebedeling zal toegerekend worden op het erfdeel van uw kinderen. Hierdoor zijn de grootouders gerust dat de generatiesprong ook na hun overlijden zal standhouden.

Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1