Monetair beleid en portefeuillerisico

Diversificatie is de sleutel tot succesvol beleggen op langere termijn. Het vereist een dynamisch portefeuillebeheer, ondersteund door grondige macro-economische analyse en gesofisticeerde tools om de correlaties en volatiliteiten te meten.

Lees verder

Frederiek Van Holle

Quant Solutions

Het is dan ook noodzakelijk de dynamieken te begrijpen want anders kunnen portefeuilles gediversifieerd lijken, maar in de praktijk toch ongewenste risicoconcentraties hebben. Tijdens neergaande markten zullen die gebreken meedogenloos zichtbaar worden.

Wat is diversificatie?

Diversificatie houdt in dat je “niet al je eieren in hetzelfde mandje legt”. Dat doe je om je kapitaal optimaal te beschermen tegen forse schommelingen tijdens periodes van verhoogde onzekerheid en volatiliteit op de financiële markten. Die doodeenvoudige beleggingsregel in de praktijk omzetten blijkt veel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Waarom?

Drie doorslaggevende factoren

Diversificatie vereist enige expertise. Een goede diversificatie in de portefeuille wordt pas bereikt als met drie factoren rekening gehouden wordt. Ten eerste het gewicht van de verschillende posities in de portefeuille. Die keuze ligt bij de belegger of de beheerder. De volgende twee factoren zijn gelinkt aan de kenmerken van de ­verschillende activa, namelijk de volatiliteit en de correlaties. De volatiliteit is een statistische maatstaf voor de grootte van de koersschommelingen en het verwachte neerwaartse risico. Zo zal de volatiliteit van Europese aandelen, bijvoorbeeld, hoger liggen dan de volatiliteit van veilige Duitse overheids­obligaties. In een efficiënte markt zal dat hoger risico zich vertalen in een hoger verwacht rendement. De correlatie is dan weer een statistische maatstaf die de relatie weergeeft tussen de verschillende posities in de portefeuille. Gaan bepaalde activa typisch samen bewegen (een positieve correlatie) of gaat een stijging van de ene systematisch gepaard met een daling van de andere (een negatieve correlatie).

Veranderlijkheid doorheen de tijd

De portefeuillediversificatie kan geoptimaliseerd worden door verschillende activa te combineren met een zo laag mogelijke of beter nog negatieve correlatie. Op die manier wordt de bluts met de buil genomen om het met een populair gezegde te verwoorden.

Het portefeuillerisico hangt dus af van een correcte inschatting van de volatiliteit en correlaties tussen de verschillende activa. De correlaties en volatiliteiten zijn variabel doorheen de tijd, wat die oefening nog moeilijker maakt. Toen in 2008 de crisis uitbrak, ­bijvoorbeeld, sprong de volatiliteit van aandelen omhoog van ongeveer 17% voor de crisis tot meer dan 60% tijdens de crisis. Vandaag zien we op de aandelenmarkten de laagste volatiliteiten sinds begin de jaren 90. De correlatie tussen aandelen en overheidsobligaties was typerend positief tot eind de jaren 90 en is sindsdien omgeslagen naar negatief.

Invloed van het monetair beleid

Die veranderlijkheid doorheen de tijd van de correlaties en volatiliteiten wordt in belangrijke mate gestuurd door het macro-economisch kader. Recent academisch onderzoek geeft aan dat het monetair beleid een belangrijke sleutel is. Een sterk stimulerend monetair beleid kan tegengestelde effecten hebben op de risicoperceptie. Vaak leidt een sterk stimulerend monetair beleid tot meer risico-appetijt. De centrale bank duwt de rentes naar beneden en de prijzen van activa omhoog. Positieve vermogenseffecten en een zoektocht naar hoger rentende activa duwt beleggers richting meer risico. De huidige extreem lage volatiliteiten en historisch lage spreads op hoogrentende obligaties zijn hiervan een voorbeeld. Echter, als de centrale bank te hard stimuleert, kan er ook naar de markten een soort negatief signaal gestuurd worden over de werkelijke toestand van de economie, met verhoogde risico-aversie tot gevolg. Momenteel lijkt het effect eerder in de richting van meer risico-appetijt te gaan.

Anticyclisch en procyclisch monetair beleid

Bovendien is de stijl van het monetair beleid ook doorslaggevend: een anticyclisch monetair beleid zal typisch meer gewicht geven aan zijn inflatiedoelstelling. Het zal dan ook niet terugdeinzen om de rente te verhogen in een klimaat van stagnerende groei en oplopende inflatie (stagflatie). In zo’n klimaat zullen aandelen en obligaties samen onderuitgaan (een positieve correlatie dus), omdat obligaties bij hogere inflatie een risicovolle activaklasse worden. Een procyclisch monetair beleid zal dan weer de rente doen dalen bij tegenvallende groei. In zo’n situatie zullen we ontgoochelde aandelenmarkten zien maar daartegenover wel sterke obligatieprijzen (een negatieve correlatie dus). De periode van de oliecrisissen en inflatieschokken (eind jaren 70, midden jaren 80) werd gekenmerkt door een anticyclisch monetair beleid. Echter, de globale daling in inflatie en inflatieschommelingen sinds eind de jaren 90 leidde tot een comfortabel klimaat voor centrale banken. Ze konden zich meer focussen op stabilisatie van de groei en werden dus procyclisch met negatieve correlaties tussen aandelen en obligaties tot gevolg.

Correlaties begrijpen

De interactie tussen het inflatieregime en de strekking van het monetair beleid is cruciaal om de correlaties te kunnen begrijpen. Ten eerste is er een duidelijke positieve relatie tussen het niveau van de inflatie en de correlatie tussen aandelen en obligaties. Tijdens periodes van hoge inflatie zijn de correlaties altijd positief. Echter, naarmate het inflatieniveau daalt, zien we tevens een daling van de correlatie tot zelfs negatieve niveaus bij lage inflatie. Die dynamiek is evenwel niet voldoende. We stellen enkel negatieve correlaties vast als de lage inflatieomgeving gepaard gaat met een stimulerende monetaire overheid. Dat is exact het regime waarin we ons vandaag bevinden. Maar als de monetaire overheid overschakelt op een restrictief beleid, dan zien we de correlaties ook omslaan naar positief, ongeacht het inflatieregime.

Wat betekent dat nu voor uw portefeuille?

De huidige omgeving met extreem stimulerende centrale banken en lage inflatie leidt tot een sterk negatieve correlatie tussen aandelen en obligaties. Dat betekent dat een goed gediversi­fieerde portefeuille momenteel een sterke obligatiecomponent kan gebruiken (ongeacht de lage rente). Het renterisico is negatief gecorreleerd met het aandelenrisico wat stabiliserend werkt. Als de ongeziene kwantitatieve versoepeling van de centrale banken zou leiden tot een hogere inflatie en eventueel het terugschroeven van de stimuli, dan kunnen we verwachten dat de correlaties positief zullen worden. Dat houdt uiteraard niet in dat obligaties niet meer zullen thuishoren in een gediversifieerde portefeuille. Enkel de verhouding aandelen en obligaties zal aangepast moeten worden.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1