Hervorming van het erfrecht: welke stappen zet u het best voor 1 september 2018?

Op 1 september 2018 treedt de hervorming van het erfrecht in
werking. Het gaat om een omvangrijke hervorming omdat ons erfrecht
niet meer conform de hedendaagse sociologische realiteit is.

Lees meer


Print het artikel

Clara Crevecoeur

Estate Planner

De wijzigingen zullen van toepassing zijn op alle nalatenschappen die openvallen met ingang van 1 september 2018, en ook op successieplanningen die gebeurden op basis van de oude bepalingen. Dit artikel heeft een praktische insteek, en wil een antwoord bieden op twee vragen die wij elke dag krijgen:
Kunnen we gebruik maken van de mogelijkheden die het huidige recht nog biedt om schenkingen of handelingen te verwezenlijken die niet langer mogelijk zullen zijn (of niet tegen dezelfde voorwaarden) met ingang van 1 september 2018?
Is het raadzaam om een verklaring van behoud af te leggen voor een notaris, opdat de oude bepalingen zouden worden toegepast op handelingen die werden gedaan voor 1 september 2018?

Welke mogelijkheden kunt u benutten?

Tot op vandaag hadden schenker en begunstigde de mogelijkheid de manier te bepalen waarop de inbreng van de schenking zou gebeuren, door vast te leggen dat die bij het overlijden van de schenker kan worden ingebracht in natura (en niet in waarde, zie hierna). Dit betekent concreet dat de begunstigde het geschonken goed werkelijk in de erfenismassa moet inbrengen, zodat het kan worden verdeeld tussen de erfgenamen of kan worden toebedeeld aan bepaalde erfgenamen.

Met ingang van 1 september 2018 gebeurt de inbreng enkel nog in waarde – principe dat vandaag al van kracht is voor roerende goederen. Dus onafhankelijk van het feit of het gaat om roerende of onroerende goederen. Een inbreng in natura zal bijgevolg niet langer mogelijk zijn. Wat betekent dat concreet? De begunstigde van een schenking zal het goed kunnen behouden dat hij heeft gekregen, en zal bij het openvallen van de nalatenschap de waarde van het geschonken goed moeten inbrengen. De begunstigde zal dus minder inbrengen in de nalatenschap tot wanneer de delen opnieuw zijn herschikt. Bovendien zal de waarde waarmee rekening zal worden gehouden, in elk geval die zijn van het geschonken goed op het moment van de schenking. Die waarde zal daarenboven worden geïndexeerd met de consumptieprijzenindex vanaf de datum van de schenking en dat tot op de datum van het overlijden, om zo rekening te houden met de geldontwaarding. De nieuwe wet voorziet echter in een uitzondering voor schenkingen die werden gedaan met voorbehoud van vruchtgebruik, of met een onvervreemdbaarheidsclausule. In die gevallen zal in de toekomst rekening worden gehouden met de waarde van de geschonken goederen op de dag waarop het vruchtgebruik uitdooft, of op de dag waarop de begunstigde van de schenking heeft kunnen beschikken over de geschonken goederen.

In bepaalde situaties zal die wijziging belangrijke gevolgen hebben. Wij denken bijvoorbeeld aan het geval van een familie waarbij de ouders bij leven bepaalde goederen wensen te schenken (zoals een kunstcollectie) aan een kind, en willen voorzien dat bij hun overlijden diezelfde goederen (en niet de waarde ervan) worden verdeeld tussen al hun kinderen. Die ouders hebben nog tot 1 september 2018 de mogelijkheid om een dergelijke schenking te doen met een verplichting tot inbreng in natura, zonder een verklaring van behoud te moeten afleggen (zie hierna).

Is het nodig om een verklaring van behoud af te leggen?

Het overgangsrecht van de wet die het erfrecht hervormt, biedt elke schenker de gelegenheid om tot en met 31 augustus 2018 een verklaring voor de notaris af te leggen met de vraag de oude bepalingen aangaande de inbreng en inkorting te behouden (met inbegrip van de waarderingsregels) om te vermijden dat de bepalingen van de schenker ongeldig zouden worden. U moet daarbij wel rekening houden dat, indien u dat doet, die verklaring betrekking heeft op alle schenkingen die al werden gedaan.

We kunnen uiteraard onmogelijk een overzicht geven van alle situaties waarvoor een dergelijke verklaring moet worden afgelegd. Die analyse moet geval per geval worden gemaakt en zal maatwerk vereisen.

Toch lijkt het ons nuttig om bepaalde situaties aan te halen die vaak voorkomen. Ze illustreren de wijzigingen die voortvloeien uit de hervorming. Zo kunt u zich een idee vormen of u al dan niet een verklaring van behoud moet afleggen.

 Voorbeeld 1: Guy heeft twee kinderen: Jeanne en Louis. Jeanne is al eigenares van een onroerend goed, terwijl Louis dat nog niet is. Guy beslist om een onroerend goed te schenken aan Louis met een waarde van 250.000 euro. Om zijn beide kinderen gelijk te behandelen, schenkt hij Jeanne een effectenportefeuille met een gelijke waarde, met name 250.000 euro. Tien jaar later overlijdt Guy. Op de dag van de verdeling is het onroerend goed 350.000 euro en de effectenportefeuille 400.000 euro waard.

Tot op vandaag zou Louis op basis van de oude bepalingen het onroerend goed (met een waarde van 350.000 euro op de dag waarop zijn vader overleed) in natura in de nalatenschap moeten inbrengen. Jeanne daarentegen zou 250.000 euro in waarde moeten inbrengen (in principe zou zij de effectenportefeuille als dusdanig niet in de erfenismassa moeten inbrengen). Daar heeft Jeanne voordeel bij, terwijl Louis er nadeel bij heeft.

In de toekomst zullen Jeanne en Louis, indien Guy overlijdt na 1 september 2018, elk een bedrag van 250.000 euro in waarde moeten inbrengen in de erfenismassa van de nalatenschap, geïndexeerd vanaf de datum van elke schenking tot de datum van overlijden.

In een dergelijke veronderstelling denken wij dat het nieuwe recht meer tegemoet zal komen aan de wens van de schenker om zijn kinderen gelijk te behandelen.

Voorbeeld 2: Hans is gescheiden en heeft drie kinderen. In 2000, 2013 en 2015 schonk hij aan elk van zijn kinderen een bedrag van 50.000 euro om ze te helpen bij de aankoop van een eerste woning.

Tot op vandaag voorzien de oude bepalingen dat bij het overlijden van Hans zijn kinderen elk een bedrag van 50.000 euro moeten inbrengen in zijn nalatenschap.

In de toekomst voorziet het nieuwe recht dat bij het overlijden van hun vader de drie kinderen elk een bedrag van 50.000 euro zullen moeten inbrengen. Bovendien zal dat bedrag geïndexeerd worden vanaf de datum van elke schenking, en dat tot op de datum van het overlijden van Hans. Aan de hand van die indexering wil het nieuwe recht de geldontwaarding ‘neutraliseren’ om ervoor te zorgen dat alle kinderen gelijk worden behandeld.

Opnieuw denken wij dat het nieuwe recht in een dergelijke veronderstelling meer tegemoet zal komen aan de wens van de schenker om zijn kinderen gelijk te behandelen.

Voorbeeld 3: Johan is bedrijfsleider en heeft twee kinderen, Anton en Charlotte. Zijn zoon Anton zet zich ten volle in voor het familiebedrijf, terwijl Charlotte in een heel andere sector werkt. In 2016 schonk Johan aandelen van het familiebedrijf aan zijn zoon met voorbehoud van vruchtgebruik op de aandelen, meer bepaald om zijn stemrechten te behouden. Met het oog op een gelijke behandeling van zijn twee kinderen heeft Johan een schenking als voorschot op erfdeel ten gunste van Anton gedaan. Vandaag voorziet het erfrecht dat bij overlijden van Johan, Anton de waarde van de aandelen van de onderneming zal moeten inbrengen in de nalatenschap van zijn vader, en wel tegen de waarde die ze hebben op het moment van de schenking.

Met ingang van 1 september 2018 voorzien de nieuwe bepalingen dat, bij overlijden van Johan, Anton bij het openvallen van de nalatenschap van zijn vader, de waarde van de aandelen van de onderneming zal moeten inbrengen op de dag waarop het vruchtgebruik uitdooft, en dus hoogstwaarschijnlijk op de dag van overlijden van zijn vader.

Volgens ons is het aan de orde om na te gaan of Johan in een dergelijke situatie niet het best een verklaring van behoud gaat afleggen voor 1 september 2018. Krachtens de nieuwe wet zal Charlotte immers genieten van de eventuele meerwaarde die de aandelen van de familiale onderneming hebben opgeleverd (rekening houdend met het voorbehoud van vruchtgebruik). Kan Johan dus met het nieuwe recht zijn kinderen op een gelijke manier behandelen, zoals hij wou?

Overgangsrecht

De wetgever beseft dat het noodzakelijk is om een zekere juridische zekerheid te bieden rond handelingen die gebeurden onder de oude regels. Daarom heeft de wetgever tevens een overgangsrecht op punt gesteld waarmee, volgens ons, in talrijke situaties voorgaande handelingen rechtszekerheid krijgen.

Nemen we het voorbeeld waarbij een schenking werd gedaan voor 1 september 2018. Er werd uitdrukkelijk voorzien, ofwel in de schenkingsakte ofwel in een onderhands document dat door beide partijen wordt ondertekend, dat die schenking in natura moet worden ingebracht. Die schenking zal effectief en automatisch moeten worden ingebracht in natura, zelfs indien de schenker overlijdt na 31 augustus 2018 en terwijl het nieuwe recht over het algemeen de inbreng in waarde vooropstelt.

Wat als er ook een langstlevende echtgenoot is?

Tot slot is een van de evoluties van de hervorming, in het kader van successieplanningen, dat de inbreng van schenkingen door en ten overstaan van de langstlevende echtgenoot werd afgeschaft.

Momenteel dient de langstlevende echtgenoot, indien een schenking werd gedaan in volle eigendom ten gunste van de langstlevende echtgenoot (die recht heeft op het vruchtgebruik van de nalatenschap) en die schenking een voorschot op erfdeel is, de blote eigendom (in natura of in waarde) in principe in te brengen en kan hij het vruchtgebruik behouden van de goederen die hij heeft gekregen. In de toekomst voorziet het nieuwe recht dat diezelfde langstlevende echtgenoot die een schenking krijgt in volle eigendom, niet langer zal zijn verplicht om de blote eigendom in te brengen, en zal hij, bij overlijden van de schenker, de volle eigendom van de goederen die werden verkregen door schenking, kunnen behouden. Momenteel heeft de langstlevende echtgenoot, indien een schenking wordt gedaan als voorschot op erfdeel ten gunste van de kinderen van de schenker terwijl die bij overlijden een echtgenoot nalaat, in principe recht op het vruchtgebruik van de geschonken goederen. Vandaag voorziet de wet dat de kinderen de inbreng voldoen ten overstaan van de langstlevende echtgenoot door hem een geïndexeerde en gewaarborgde lijfrente te betalen, in plaats van het vruchtgebruik. In de toekomst zullen diezelfde kinderen die een schenking krijgen, niet langer verplicht zijn tot inbreng ten overstaan van de langstlevende echtgenoot. Zij zullen dus niet langer worden verplicht om aan de langstlevende echtgenoot van de schenker een rente te betalen.

Hoe worden voortaan schenkingen behandeld die werden gedaan onder de oude regels in aanwezigheid van een inbreng waarbij er een langstlevende
echtgenoot is? Wat heeft onze wetgever voorzien om de rechtmatige bepalingen van de schenker niet in het gedrang te brengen?

“Met ingang van 1 september 2018 gebeurt de inbreng enkel nog in waarde onafhankelijk van het feit of het gaat om roerende of onroerende goederen. Een inbreng in natura zal bijgevolg niet langer mogelijk zijn.”

In de twee voornoemde gevallen voorziet het overgangsrecht uitdrukkelijk dat de oude bepalingen zullen blijven behouden als de inbreng betrekking heeft op een langstlevende echtgenoot. In de praktijk betekent dit dat de langstlevende echtgenoot die voor 1 september 2018 een schenking heeft gekregen als voorschot op zijn erfdeel automatisch de blote eigendom van de geschonken goederen zal moeten inbrengen bij de kinderen van de schenker, zelfs als de schenker overlijdt na 1 september 2018. Dat wil ook zeggen dat kinderen die voor 1 september 2018 een schenking zouden hebben gekregen als voorschot op hun erfdeel automatisch de schenking zullen moeten inbrengen bij de langstlevende echtgenoot van de schenker, door hem een geïndexeerde en gewaarborgde rente te betalen.

Het is uiteraard niet mogelijk om een overzicht te geven van alle situaties waarbij voor 1 september 2018 een concrete actie moet worden ondernomen. Elk geval is namelijk anders en vereist een antwoord op maat. Daarom is het aangewezen om uw situatie voor te leggen aan uw adviseur. Dat kan een estate planner zijn van Degroof Petercam, een notaris of advocaat.

Video
Contact

Your name

Your e-mail

Your message

Send

E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1