Wereldeconomie: stevent af op groeivertraging

De wereldeconomie blijft voorlopig robuust. Maar minder soepele monetaire condities, een geleidelijk wegebbend effect van de Amerikaanse fiscale stimulusmaatregelen, plafonnerende grondstofprijzen, een moeilijker internationaal handelsklimaat en minder Chinese kapitaalinvesteringen luiden een groeivertraging van de wereldeconomie in.

Lees meer


Print het artikel

Hans Bevers

Chief Economist

Hoewel het wereldwijde vertrouwen bij gezinnen en bedrijven de jongste maanden een beetje daalde, is het nog altijd consistent met redelijk mooie groeicijfers. De afgelopen jaren zette de wereldeconomie een forse cyclische groeispurt in. De combinatie van opverende grondstofprijzen, een ultrasoepel monetair beleid, het einde van de besparingsretoriek en stimulusmaatregelen in China deden de economische groei flink opveren en de werkloosheid drastisch afnemen. Intussen is de massale overcapaciteit die ontstond tijdens de Grote Recessie, grotendeels weggewerkt. Schattingen hieromtrent zijn niet evident maar de meeste internationale instellingen stellen dat de zogenaamde outputkloof – het verschil tussen de werkelijke economische activiteit en de potentiële economische activiteit – in de meeste regio’s bijna is gedicht. Logischerwijze houdt dat in dat de marge voor de economische inhaalbeweging flink is afgenomen. Sterker nog, er zijn een aantal aanwijzingen die suggereren dat de wereldeconomie de volgende kwartalen op een trager groeiritme over-schakelt. De toenemende dreiging van protectionisme helpt uiteraard niet. Sowieso, nog vóór Trump de importheffingen op staal en aluminium invoerde, en nog vóór hij de G7-top in Canada deed mislukken, rezen er twijfels over de groei van de wereldhandel. Hoe dit verder gaat, is onduidelijk maar de kansen op escalatie van de internationale handelsrelaties zijn in ieder geval duidelijk toegenomen.

Bron : Datastream, Degroof Petercam

“Hoe dit verder gaat, is onduidelijk maar de kansen op escalatie van de internationale handelsrelaties zijn in ieder geval duidelijk toegenomen.”

Verenigde Staten

De Amerikaanse economie bevindt zich in een cyclische boomfase. Vertrouwensindicatoren scheren hoge toppen, de economische activiteit in het tweede kwartaal komt boven de 3% uit en de werkloosheidsgraad is gedaald tot historisch lage niveaus. Trumps versoepeling van de budgettaire politiek is hier natuurlijk niet vreemd aan. 1.500 miljard dollar aan belastingkortingen (gespreid over tien jaar met het zwaartepunt in het begin van de legislatuur) en 300 miljard dollar federale meeruitgaven rekken de economische cyclus. De keerzijde is wel dat het Amerikaanse begrotingsdeficit serieus oploopt, het omgekeerde van wat je zou verwachten in deze fase van de conjunctuurcyclus. Ook de spaarquote van de Amerikaanse gezinnen is intussen gezakt tot onder de drie procent en komt zo opnieuw kort bij het dieptepunt van net voor de Grote Recessie. Vanuit die hoek is er dus nog weinig ruimte om de economische activiteit extra tractie te geven. De dure Amerikaanse beurs zal waarschijnlijk evenmin zorgen voor een extra positief vermogenseffect. Daarbij komt dat de Fed het rentebeleid blijft verstrakken. In juni trokken Powell en co de beleidsrente op tot 2%, de tweede renteverhoging dit jaar en de zevende al sinds de start van de opwaartse rentecyclus die begon eind 2015. De Fed blijft op koers om de rente dit jaar nog minstens een keer te verhogen.

Eurozone

Zo ver is de ECB nog lang niet. De recente economische indicatoren bleven ietwat beneden verwachting, gezinnen en bedrijven matigden de voorbije maanden hun enthousiasme, de onderliggende inflatiedruk is nog altijd ondermaats en de politiek-economische onzekerheid rond Italië is terug van (nooit) weggeweest. Het feit dat Italië de laatste jaren betere cijfers op het vlak van de begroting voorlegt alsook dat het aantal slechte leningen op de balans van de commerciële banksector terugloopt, maakt natuurlijk weinig indruk als er wilde fiscale plannen en hersenspinsels over een parallelle munt naast de euro opduiken. Gelukkig bond de nieuwe anti-establishment regering van de Lega en de Vijfsterrenbeweging intussen in. Maar de situatie blijft oncomfortabel.

Het valt sterk te betwijfelen of deze regering voor een nieuw economisch elan kan zorgen. Dat is nochtans broodnodig want de Italiaanse economie vertoont al bijna twintig jaar een gebrek aan dynamisme. In afwezigheid van een echte relance in de komende jaren is de kans reëel dat de magere Italiaanse steun voor het Europese project en de euro verder afkalft. En dan is er nog de onafgewerkte muntunie. De echte lakmoesproef komt allicht met de volgende zware economische schok en de daaropvolgende inzinking van de arbeidsmarkt. Al kan niemand precies voorzien wanneer; pas dan zal blijken wat de economische en monetaire unie echt in haar mars heeft.

Wat het monetaire beleid betreft, is al langer duidelijk dat de ECB haar obligatie-aankopen tegen eind dit jaar zal stopzetten. Het is evenwel te vroeg om te spreken van een echte monetaire verstrakking. Het tijdstip van de eerste renteverhoging is nog niet voor morgen. Die komt er allicht pas ten vroegste in de zomer van 2019.

Bron : Datastream, Degroof Petercam

Groeilanden

De situatie in de groeilanden is, zoals meestal, sterk verschillend van regio tot regio en van land tot land. Azië en Oost-Europa presteren min of meer naar verwachting, terwijl Latijns-Amerika het laat afweten. Brazilië en Mexico gaan gebukt onder politieke onzekerheid, terwijl Argentinië en Venezuela in de hoek zitten waar de klappen vallen. Argentinië vormt samen met Turkije al langer een risico door het grote tekort op de lopende rekening en de financieringsbehoeften vanuit het buitenland. De verdere verstrakking van het Amerikaanse beleid zal de druk op die landen niet verlichten, integendeel. Al wendde Argentinië zich intussen wel tot het IMF voor een hulplijn van vijftig miljard dollar. Sommige waarnemers lieten al uitschijnen dat de risico’s op een nieuwe grootschalige groeilandencrisis fors zijn toegenomen maar zo’n vaart zal het niet lopen. De risico’s zitten echt geconcentreerd. Het algemene plaatje is niet vergelijkbaar met de crisissituatie eind jaren negentig of zelfs met de grote zenuwachtigheid in 2013. De meeste munten tonen geen teken van overwaardering en zijn flexibel. Bovendien zijn de schulden van de opkomende landen in vergelijking met vroeger overwegend in lokale munt. De dure dollar speelt dus minder parten. China, tot slot, blijft als tweede grootste economie ter wereld een belangrijk aandachtspunt. De laatste cijfers bevestigen dat het de Chinese leiders menens is om de kredietgroei af te remmen. Voorlopig is er onvoldoende bewijs dat het resulteert in een duidelijke groeivertraging. De vraag is hoe lang die kan uit-blijven. De hard toeslaande vergrijzing, de herbalancering van de economie richting meer binnenlandse consumptie en de wereldwijde handelsspanningen maken dat de risico’s voor de Chinese economie neerwaarts zijn georiënteerd.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1