Wealth ReviewZomer 2019

Nederlands  |  Français

Sterke Amerikaanse dollar?

De Amerikaanse dollar is nog steeds dé referentiemunt. Maar hoe zal de economie van de Verenigde Staten evolueren nu de globalisering almaar toeneemt?

Bruno Colmant

Head of Macroeconomic Research and Economic Advisor

Al bijna veertig jaar steunt de economie op een overlap van abstract en fiduciair geld. Een betaalmiddel is fiduciair als het steunt op krediet dat het publiek toekent aan de instantie die het betaalmiddel uitgeeft. Zo krijgt de instantie (bijv. een land) controle over de toekomstige relatieve koopkracht. Fiduciair geld is bovendien gebaseerd op de consensus en maatschappelijke orde. In extremis wijzigt een land (tegen of met de wil van de bevolking) de waardeladder. Op dat moment ontstaat devaluatie en/of inflatie. Dit is belangrijk om in het achterhoofd te houden als we spreken over de relatieve waarde van de dollar en zijn geschiedenis.

Bretton Woods, akkoorden …

Het Bretton Woods-systeem was wellicht de belangrijkste monetaire realisatie van de 20ste eeuw. In 1944 (vóór de overwinning van de geallieerden tegen Duitsland en Japan) zorgde dit systeem voor akkoorden die de grondslag legden voor de naoorlogse wederopbouw én 30 jaar roemrijke groei (1944-1974). Ze zorgden voor muntpariteit tussen de valuta’s van de ontwikkelde landen op basis van de Gold-Exchange Standard. Die goudstandaard legde de valutakoersen vast ten opzichte van de dollar, die op zijn beurt was gekoppeld aan het goud: 35 dollar voor 1 ons goud.

De VS eisten echter dat buitenlandse centrale banken in het bezit van dollars niet vroegen om deze voor goud in te wisselen. En zo bepaalde Uncle Sam de groei en inflatie, en liet het systeem de suprematie van de dollar in de wereldeconomie toe.

… en verdeeldheid

Toch ontstond er in Bretton Woods ook tweedracht over de monetaire oriëntatie met 2 stellingen: Die van de Engelse econoom Keynes (1863-1946) en die van de Amerikaan White (1892-1948), adviseur van de Amerikaanse minister van Financiën. Tot woede van Keynes, legde White de Gold Exchange Standaard op, ongetwijfeld omdat de VS de grootste voorraad goud hadden.

Keynes bestempelde de goudstandaard als primitief en verwierp deze omdat ze zou leiden tot dominantie van de landen met een handelstekort (die op die manier hun economische macht zouden kunnen opdringen). In strijd met de visie van Keynes, zegevierden de overwinnaars van WO II met het voorstel om de Amerikaanse dollar in te zetten als spil en een systeem van vaste wisselkoersen gebaseerd op de mogelijkheid om de dollar in goud om te zetten.

Bancor en unitas

Keynes pleitte voor een wereldwijd monetair stelsel op basis van de ‘bancor’, een nieuwe internationale munt. De bancor zou een munt zijn in een systeem dat landen met te veel export of import bestraft. Keynes wilde een munt creëren op basis van de prijzen van 30 grondstoffen, waaronder goud. De ironie van het verhaal is dat de Amerikanen aanvankelijk een vergelijkbare oplossing in gedachten hadden; hun munt zou de naam ‘unitas’ krijgen. Uiteindelijk werden de plannen voor de beide munten opgeborgen en kreeg enkel goud een vast pariteitssysteem.

Einde van de goudstandaard

Het systeem met de vaste wisselkoersen en de goudstandaard stortte in 1971 in. Achteraf is duidelijk geworden dat het geen zin heeft om een geldmassa aan een goudvoorraad te koppelen. Een muntstandaard heeft bovendien als nadeel dat het de armslag van het monetaire, fiscale en conjunctuurbeleid sterk beperkt.

De verdienste van het Bretton Woods systeem was wel dat het de staten discipline oplegde. Na de ontbinding van de akkoorden – op initiatief van de VS, stortten de Europese staten zich in een beleid van ongebreidelde schuldenlast. Hierbij legden ze zware druk op de overheidsfinanciën om de economische veranderingen van de jaren 70 en 80 te verdoezelen. Keynes was trouwens het beste alibi voor het verdovende sociale beleid gebaseerd op herverdeling.

Roosa-doctrine

We onderzoeken het monetaire systeem van de VS vanuit empirische ervaring. En er is hierbij in feite geen constante, tenzij misschien de doctrine van Robert Roosa (1919-1993), onderstaatssecretaris van de Schatkist onder Kennedy. Roosa was ook de geestelijke vader van Paul Volcker, voorzitter van de FED onder Carter en Reagan. De Roosa-doctrine echode stellingen van president Roosevelt : “De interne economische gezondheid van een natie is belangrijker dan de muntwaarde ervan ten opzichte van de munten van andere naties”.

In de jaren 60 formuleerde Roosa het basisprincipe: “Als de hoeveelheid dollars in omloop exponentieel toeneemt, vormt dat geen probleem voor de VS. Wel voor de landen die handelsoverschotten opstapelen. De Roosa-doctrine richtte zich vooral tot Duitsland en Japan. Ze zette de landen onder druk om hun buitenlandse consumptie te ontwikkelen”.

En zoals vandaag (50 jaar later) vast te stellen is, eist Trump – op zijn manier – hetzelfde: een herstel van de binnenlandse Europese en Chinese vraag, een geleidelijke herwaardering van de Chinese yuan en een veto tegen elke devaluatie van de euro. Dit zou de Amerikaanse export afremmen en de Europese import tegengaan.

Overwicht van de dollar

Schizofrene spanning tergt de VS al decennialang. Een gevolg van de binnenlandse consumptie en de massale schuldenlast van huishoudens die de economie aanstuurt. Zo onderscheiden de VS zich trouwens sterk van de Europese economieën, die een veel grotere openheid en monetaire kwetsbaarheid tonen.

Dat de dollar tegen wil en dank de onbetwistbare referentiemunt blijft, hangt nauw samen met dit kenmerk van de Amerikaanse economie. De VS behouden op een subtiele manier het overwicht door hun geopolitieke initiatieven af te stemmen op hun monetair beleid. Door de dominantie van de dollar bekleden de Verenigde Staten een bevoorrechte positie die schuldeisers ertoe dwingt het wisselkoersrisico van hun eigen vorderingen te dragen.

Twee uitingen van monetaire autoriteit

De Amerikanen hebben, sedert WO II, hun schulden twee keer eenzijdig vereffend. De eerste keer was in 1971 toen Nixon een einde maakte aan de Bretton Woods-akkoorden. De VS hadden toen een zodanig groot handelstekort met de rest van de wereld opgebouwd, dat de goudvoorraad nog maar een kwart vertegenwoordigde van de dollars in omloop in het buitenland. De tweede keer was aan het begin van de jaren 2000 met de verspreiding van de Amerikaanse vastgoedkredieten. De kredietcrisis die daarop volgde, leidde tot het ontstaan van een systeemrisico en het faillissement van een groot aantal banken.

De monetaire oplossing die Nixon 40 jaar geleden bedacht, is niet langer van toepassing in een wereldwijde economie waarin de handelsstromen en de onderlinge monetaire afhankelijkheid een veel complexer geheel vormen. De VS hebben voor het eerst in hun bestaan geen militaire controle meer over hun schuldeisers. Een waardedaling van de dollar als soevereine daad om de schuldeisers van de Amerikaanse schatkist armer te maken, is dus niet langer mogelijk. En zou bovendien leiden tot geopolitiek onevenwicht.

De mondialisering heeft bovendien geleid tot een trage export van alle industriële capaciteit naar Aziatische landen. De VS hebben hun productiemiddelen, of op z’n minst een deel van de productieketen, uit handen gegeven. Welke impact zal die evolutie hebben op de Amerikaanse economie? Die zal vooral een structureel gebrek aan evenwicht weerspiegelen tussen enerzijds de opkomende landen die een spaaroverschot opbouwen ten opzichte van hun uitgavencapaciteit. En anderzijds ontoereikende spaartegoeden in de VS in vergelijking met de productiecapaciteit van dat land. De toestand is nog verergerd door de hoge buitenlandse schulden van Amerika. Welke maatregelen zullen de Verenigde Staten nemen om de buitensporige schuldgraad, de desindustrialisering en het wegtrekken van de onderzoekscentra naar Azië een halt toe te roepen? Waarschijnlijk wordt het een mix van monetaire welwillendheid – die naar verwachting zal leiden tot een mogelijk zwakkere dollar – en ontluikend industrieel protectionisme (wat het gevaar van nationalisme inhoudt en het behoud van een militair overwicht veronderstelt).

Niemand zal die ambities tegenspreken. Door de grote economische wisselwerkingen zijn alle landen bijzonder afhankelijk (en zelfs kwetsbaar) ten overstaan van de grootste economie ter wereld. Bovendien reageerden de VS in het verleden met krachtige militaire acties op een intern onevenwicht. Gelukkig is daar inmiddels verandering in gekomen.

Video
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1